• BRIEF AAN KUNSTHANDELARES JANNA VAN ZON (DEEL 2)

    18 april 2018

    BRIEF AAN KUNSTHANDELARES JANNA VAN ZON (DEEL 2)

    Afgelopen zomer dus tuinfeest bij  Anneke en Wim Koster die in Overveen een bruin cafe exploiteerden en nu in de Cher wonen. Erg goed geamuseerd bij het tuinfeest. De gastheer was al ver heen dankzij zijn habit om daaglijks drie flessen wijn tenminste te nuttigen. Het gaat mij echt te ver, maar ik ben de laatste om mij daarover te gaan beklagen. Van hem kreeg ik dus die fles Zeer Oude Genever van een twintig jaar geleden. Ik ben geen Jenever drinker, maar deze drank lijkt wel erg veel op konjak. Volgens Fran-se kennissen, die het voor het eerst van hun leven proefden. Niet dat ik er zelf veel verstand van heb, maar toch een mening. We kwamen aan bij het tuinfeest en zagen een aantal spiksplinter-nieuwe Harleys staan. Alsof ze zo uit de sjooroem kwamen. Het is in Kennemerland, (Aerdenhout, Heemstede, Bloemendaal, haarlem en Overveen) onder gegoede, lichtelijk bekakte vijftigers uit de pu-bliciteits sector en aanverwante sectoren nu bon ton om zo’n motor te berijden. We werden begroet door de gastheer die vroeg wat Ina voor een astrologies teken was. Hij raadde zes keer mis. De mu-ziek (Brandend Zand en aanverwante zestiger jaren muziek, maar ook Beach Boys met Good Vibrations, wat ik nog steeds een prachtig nummer vind) Toen ina Tweelingen zei meende ik dat hij enthousisast repliceerde met ; “Jaaaa, tweelingen zijn een beetje geil, he!” En dat zei hij twee maal, dacht ik te horen, door de mu-ziekherrie heen. Nou, dat begint dan al goed, dacht ik. Hij zei ech-ter: “ Tweelingen zijn een beetje gek, he!” Nu weet ik niet wat je beter kunt zijn als Tweeling, maar het is allebei een vreemde intro-duktie. Aan de andere kant kun je mensen die een slokje teveel op hebben weinig kwalijk nemen. Zo nu en dan bellen we de beide ech telieden of maken een afspraak. Doorgewinterde drinkers zijn ‘t. Tot in bad gaan een pakje sigaretten en een fles wijn mee. “Maar wat doen jullie dan in hemelsnaam in bad?” vroeg ik wat onthutst omdat ik de gewoonte heb na vijf of tien minuten hooguit te verblij-ven. En met zijn tweeen in bad daar moet ik helemaal niet aan denken want waar blijft dan de ruimte voor je zelf? Misschien hoort het allemaal bij de moderne romantiek. Hun bad is ongeveer vier keer zo groot als het onze.In bad namen ze de boekhouding door, zeiden ze.

    “Maar worden dan de paginas niet nat?” wilde ik weten.

    Nee, helemaal niet, want in bad werd de boekhouding des levens door genomen. Wat ik mij erbij moet voorstellen weet ik nog steeds niet en ik wil er verder maar niet over nadenken wat er allemaal in bad zou kunnen gebeuren zo met zijn tweetjes, dat zie je niet bij de EO. Het lijkt mij vermoeiend. Je kunt wel kou op je borst vatten of de telefoon gaat net, de post besteller komt met een aangetekend stuk aanzetten. En dan? Nu is hun bad wel groot genoeg voor nog een half dozijn badderaars maar of ze aan dat soort exotiese Olympiese spelen in groepsverband (teamsport verbroedert zo) doen weet ik niet en wil ik niet weten. We houden het allemaal in de licht getoonzette semi vriendschappelijke sfeer (wat is dat nou weer?) die nu eenmaal zijn grenzen kent in de omgang met de naaste.

    Heer Huib Milder ken ik niet. Is hij afkomstig uit het Gruselkabinett von Doktor Caligari (akademie Minerva, sinds Matthijs, Ger Siks en Wout Muller er weg zijn is het met de figuratie ook daar exit, heb ik mij laten vertellen? Een psychopaat, lastpak of een stoute jongen?  Een regelrechte ontsnapte TBR klant? Krimineel? Het blijft uitkijken in kunstenaarsland en we bijven selectief met al die erg artistieke tiepetjes. Ger Siks liep geruime tijd rond op de akademie met een doorgeladen punt 45.  Zeker wat onmin gehad met de collegaatjes en de leerlingetjes. Een adekwate manier van konflikt beheersing, mits men genoeg patronen heeft. Het artistieke leven is vol gevaren en zelden aangenaam, dat is mij vanaf het begin wel duidelijk geworden en echt vrolijk word ik er niet van, vooral het mixen met moderen kunstenaars die in een mi nuut een kunstwerk maken brengt mij nog vaak het schuim op de bek. Figuurlijk ge-sproken dan. Jammer genoeg valt de moderne kunstenaar on-veranderlijk goed bij de ambtenarij en wordt door hen overladen met percentage regelingsopdrachten, reisbeurzen, werkbeurzen en voelt zich gewaardeerd en kijkt van uit zijn Ivoren Toren positie vervuld van minachting neer op figuratieve kunstenaars. Jij vindt dat ten onrechte, Dieuwke vond het ten onrechte en ik vind het ook ten onrechte.  Godts molens malen langzaam, maar die van de kultuurambtenaar nog langzamer, voordat die categorie verder heeft gekeken dan zijn leugenachtige Pinokkioneus lang is hebben wij al lang de pijp aan Maarten gegeven en anderen ons palet aan de wilgen gehangen of met de vullisman mee gegeven, zoals Erfmann over kwam. En wat dan? Geen nood aan de man, want dan duikt er weer een kunsthistorica op, die de stof afklopt van het vergeelde schetsboek op zolder dat definitief dreigde een vergeet-boek te worden. Is dat allemaal erg? Nou, om het groof te zeggen; eigenlijk kan ‘t me niks verdommen. Prioriteit nummer een in ‘t leven is je goed voel en en geen finantsiejele zorgen te hebben want dat leidt maar af. Ina heeft altijd een goed betaalde baan gehad vanaf midden jaren zeventig. Kunst is voor mij altijd nummer twee geweest. Een prima tijdverdrijf. En alsjeblieft geen air aanmeten van Peintre Maudit, alhoewel dat erg interssant klinkt en lijkt. Maat wat ik in het begin wel heel erg vond is dat ze in de Bourgogne geen matzes verkopen of pakken hopjesvla. Soms zijn er van die beren op de consumenten weg. Het wennnen aan de smaak van de Franse toetjes duurde een half jaar. In het begin denk je dat je de inhoud van  een Jongens Chemie Doos naar binnen krijgt gekieperd. Bij elke hap dacht ik: dit kan niet gezond wezen! In de fifties had je van die dozen met regageerbuizen vol onrustbarend paars en geel gekleurde chemicalien. Het aantal kankergevallen in de Nievre, onderdeel van de Bourgogne, en nu ben ik serieus is het hoogste van het hele land. Of het aan de toetjes ligt? Ik hoop ‘t niet. Wel zien we de gerustellende condens-pluimen ten hemel stijgen van de kernreactor aan de Loire en we-ten dat het licht voorlopig nog niet uit gaat. En dan wordt het mij weer zo blij te moede, wetende dat op 236 meter hoogte waar Mai-son l’ Ermitage zelfs niet ten gevolge van de met de week dreigen-der wordende  Klimatwechsel het water ons nimmer aan de lippen zal kunnen stijgen. En dan geef ik mijzelf weer een hand. Voor de spiegel, om het effekt beter te kunnen  bestuderen, want wie zich-zelve lief heeft kan pas de ander lief hebben. En pink bij die ge-dachte alweer een traan weg. Niet uit diepe ontroering of bekommernis met het wereldleed maar door de ochtendboterham met uien en knoflook die behoorlijk aantikt. We moesten maar eens dicht bij huis blijven. Het wereldleed is niet op te lossen. En dat… ja, dat brengt ook ons weer op de politiek. Jaren lang heb ik GPV gestemd, daarna Christen Unie en nu zijn wij beiden toch in ern-stige twijfel ge raakt ten aanzien van de stemkeuze. De Gristen-demokraatsie zie ik weinig in, Ina ook niet, het dixielandpubliek van de VVD is niet zo ons pakkie an, Wouter Bos vind ik een enorme vooruitgang bij de duf ogende Wim Kok vergeleken en die gezel-lige, altoos tevreden kijkende meneer Marijnissen zegt ook weer heel zinnige dingen. Hirschi Ali vind ik een heel leuk, beschaafd sprekend, lang niet dom, dapper meisje waar je zo mee voor de dag kunt komen bij je familie en de geblondeerde kuif van de clowneske Wilders zou ik ook wel willen hebben. Ja, wat moet je dan? Onzerzijds zal het een linkse stemkeuze worden, daar hebben we het wel vaker over gehad. Uit pragmatiese overwe-gingen dan. Vroeger, als jongeman stemde ik trouwens enkele malen PSP en bij de gemeentraadsverkiezingen van  begin jaren zeventig in Amsterdam zelfs een keer CPN, omdat ze een duidelijk BKR beleid hadden. De beeldende kunst is jammer genoeg bij geen enkele politieke partij een issue van enig belang. Uit dien hoofde lijkt het mij niet zo eenvoudig voor jou een nota te schrijven over de lokale cultuurpolitiek vooral omdat een en ander budgettair vantevoren zal zijn geregeld.

    Lees meer >> | 0 Reacties | Reageer | 1 keer bekeken

  • Fred van der Wal heeft geen relaties met collegas en zegt: “Je schrijft en schildert òf je hebt vrienden!”

    20 juli 2017

    Fred van der Wal heeft geen relaties met collegas en zegt: “Je schrijft en schildert òf je hebt vrienden!”

    De uit Amsterdam afkomstige Fred van der  Wal (1942) is vanaf het begin van zijn carrière de eerste onder zijns gelijken,de groep  aan het realisme verwante collegas, die vanaf de zestiger jaren van de vorige eeuw welbewust niet bij een door de overheid cq. museumwereld  gedicteerde modieuze avant-garde wilden horen.

    Hij begon als  schilder en tekenaar door te werken in een eigentijdse vormentaal,  een typerende Europese variant van de Amerikaanse Pop Art met surrealistische invloeden. Zijn werk werd de eerste jaren niet geaccepteerd door de galerie en museum wereld. Lidmaatschap van een kunstenaarsvereniging was tot 1972 onmogelijk. Tegenwerking van collegas, galeries en subsidie regelingen deden de van der Wals besluiten in 1978 Amsterdam te verlaten om zich in het Noorden des lands te vestigen. Dankzij een docentschap van zijn echtgenote was de kunstenaar niet langer afhankelijk van kunst commissies en galerie directies. In Groningen en Friesland werd het werk van hem vanaf 1976 geboycot en was exposeren onmogelijk. Invitaties van galeries in de VS (Los Angeles, San Francisco en New York) , Engeland (Londen), Frankrijk (Parijs), België (Antwerpen), Duitsland (Berlijn) en Oostenrijk (Wenen)  beantwoordde de kunstenaar nimmer. Fred van der Wal heeft geen relaties met collegas en zegt: “Je schrijft en schildert òf je hebt vrienden!”

    De Amsterdamse Galerie Mokum, waar Fred van der Wal van 1967 -1974 als vaste exposant aan verbonden was,  gaf zijn werk niet de mogelijkheden en erkenning die hem als uniek talent toe kwam. Na 1974 weigerde de nieuwe directies van de galerie het werk van Fred van der Wal te exposeren. Fred van der Wal zou geen politieke of religieuze standpunten in zijn werk in nemen . Zodra de politiek of religie via de achterdeur de kunst in komt gaat de kunst verloren was zijn standpunt.

    De zogenaaamde ‘vooruitstrevende’, uit eigenbelang doorgaans politiek extreem- linkse kunstenaars, werden geacht na de tweede wereldoorlog in maatschappelijk opzicht stelling te nemen, schijnbaar artistieke en disciplinaire grenzen te slechten, zoals binnen kunstacademies door talentloze docenten en de publiciteit zoekende directies verplicht werd gesteld. Fred van der Wal weigerde zich echter aan te passen aan de dictatuur van de pseudo-modernistische dictaten, maar ook aan de gangbare kitsch van het realisme zoals door Galerie Mokumuit commerciële motieven gepropageerd. De kunstenaar noemt die richteing ‘de potjes en pannetjes fabriek’, refererend aaan de eindeloze stroom schilderijen van kommetjes met eitjes, druiven, appelen, peren, aardbeien en de namaak 17- e eeuwse stillevens en kerkinterieurs.

    Kunst is geen politiek of religie en pas kunst als er kunst op staat.

    Lees meer >> | 0 Reacties | Reageer | 129 keer bekeken

  • Zomer 1965. Ik ben 22 jaar oud

    20 juli 2014

    Het is zomer 1965. Ik ben 22 jaar oud en het is gotzijdank net uit met de stijl gereformeerde Els. Blij dat ik van haar verlost ben. Een nieuwe lente, een nieuw leven. Een trauma zal ik er niet van over houden, daar was ze te bekrompen voor. Vrijheid blijheid! Ik ben geen tiepe om in wrok en bitterheid om te zien, dan kun je wel aan de gang blijven. Lang leve de lol schenk nog een keer in is altijd mijn levensmotto geweest en met een glas Sancerre in de hand kom je door het hele land. Niet van dat benauwde.

     

    “Met jou kun je een wereldreis maken,” zei mij onlangs nog de Meedogenloos Mooie Muze Super zoenvis Isis Nedloni en zo is het ook. Wat veertig jaar geleden geweest is, dat is geweest en niet te veel daar verder over sijken is altijd mijn devies geweest. Trek lering uit wat je is overkomen en zorg er voor dat het je geen tweede keer over komt. Het zal wel zijn zin hebben ge had op de een of andere manier. Net zoals Zoenvis Isis altijd heel nuch ter op puur Nietzschiaanse wijze zegt: waar ik niet aan dood ga, maakt me sterker. Zoenvis behoort met haar lange vinnen tot een sterke vissensoort van het zout water tiepe, geen zoet- of brak water tiepe.

     

    En weer schoot mij van de weeromstuit die geweldige song te binnen: I wanna be a salty dog! Ik houd van zoute en sterk gekruide spijzen. Veel knoflook ook. Het is maar dat U het weet als U Zoenvis en mij te eten vraagt als we even langs Literaturo gaan voor een long drink want lang zal het duren, lang moet het duren. En we blijven natuurlijk zitten tot we een vorkje mee kunnen prik ken voor we naar het pension terug gaan.

    U kent mijn daaglijkse menu als ik hier alleen zit in de Bourgogne; oplossoepje van 175 ml., balletje gehakt, frieten met mayonaise, boontjes, schaaltje appelmoes. Voer voor masochisten? Hou toch op! Okee, een beetje pijn bij de sex is fijn, een mens heeft zijn/haar...

    Lees meer >> | 0 Reacties | Reageer | 1093 keer bekeken

  • Ik ben een getourmenteerde kunstartiest!

    20 juli 2014

    “IK BEN GELUKKIG EEN SOMBER OGENDE GETOURMENTEERDE KUNSTENAAR!”

    Het aanvankelijk moeizame gesprek met de getourmenteerde kunstenaar is zeer fragmentaries. Moei lijk komt hij als misantroop uit zijn woorden, die hij als het ware zijn strot uit moet wringen. Alleen in zijn werk kan hij leven, beweert hij. Waar hebben wij d at meer gehoord? Hij munt voor namelijk uit in stilzwijgen, hetgeen een geheel nieuwe dimensie aan het genre vraaggesprek geeft, dat om deze reden nogal eenzijdig verloopt. Wel wil hij kwijt dat hij de vorige avond in Les Maquis bij de Haarlemmers Wim en Anneke van G. toch net wat te veel heeft gedronken, maar de saté, de kip en de verdere vlees waren op de barbecue er niet om logen, als wij het uitzicht over de goud kleurige velden van uit de ach tertuin niet vergeten hetgeen ronduit aangenaam was en dat hij als artiest–last but not least- al te on smakelijke confidenties op seksjuweel gebied al weer heeft kun nen onderdrukken, want hij is bepaaldelijk geen sexuel obsedé zoals de bejaarde New Yorkse kunstschilder Sidney Klein, die hem vast en zeker al lang niet meer omhoog kan krijgen en ondanks al zijn fysieke makkes toch uit munt in buiten gewoon vieze praatjes. Neen, aan bekentenisproza van deze aard heeft de befaamde kunstenaar sinds kort geen enkele behoefte meer. Niet dat hij zich schaamt voor zijn jaren aan de kweekschool voor onderwijzers te Bloemendaal, maar veel op geleverd heeft het allemaal niet, behalve een diploma waar hij nooit gebruik van zou maken en drie jaar lang een buitengewoon gepassioneerde, veel eisende, dominante, al te vrijgrage, goed gebek te, gehaaide vriendin, die er geen genoeg van kon krijgen in een duinpannetje naast de uitkijktoren op het Kopje. Alhoewel…toen die augustus avond onder de stralende sterrenhemel van Frankrijk de geheime bezoekjes van een gehuwde collega van de gastheer aan de nachtelijke homoseksjuwe len populatie rond het standbeeld van de grote Hildebrand in de Haarlemmerhout in het gezelschap uitgebreid ter sprake kwamen werd hij in gedachten toch heel even terug gevoerd naar de vroege sixties van het Haarlemse Sodom en Gonorrhoe toen hij nog jong, slank, lenig, bruinverbrand met lang goudblond haar, achterna werd gelopen door onafzienbare colonnes vrijgevochten, uiterst on tuchtige mannen en vrouwen, overborrelend van neuk drang in hunne tegennatuurlijke bronst, die bij het passeren snuivend en gnuivend verhit zijn geur op sno ven. Al hinnekend. Het leek de Alles Kits O.K Corral uit Black Beauty wel. Als paarden de stal ruik en…dan klepperen ze voort met de oogkleppen op tot aan den einder. Het witte flesje Old Spice met rode opdruk deed sowieso wonde ren van boven en van onderen. Body language deed de rest. Fred van der wal was niet sterk, hij rook sterk. Soms wel eens naar Boldoot. En toch liep hij overdag in het volle, ontmaskerende zon licht in het Bloemendaalse bos niet loeiend van geilheid rond in zijn strakke, roze broek hetzij heup wiegend en schuddend met de billen rond in het Kennemer struweel om met klokkende geluiden de overbekende homo roep te kwinkeleren. Waarom niet? Omdat hij dat niet nodig had. Doch Gij ge heel anders, als de duisternis was ingevallen. Hoe hij daar in het half duister na tienen als hij de niets vermoe dende Els had weg gebracht achter op de fiets, toch nog vijfenzeventig kilo schoon aan de haak als ik haar pumps, gelijk een paar wedstrijdkanos aan heur voeten en de loodzware varkenslederen schoudertas plus haar hoornen bril er niet bij op tel, want dat overtreft de honderd kilo met gemak, zwoegend tegen de wind in op het zwart gelakte Fongers rijwiel, met pijn in de ballen, op weg naar het station in Haarlem na een urenlange, uitputtende vrijpartij waar het meisje zo’n behoefte aan had, die middag in een duinpan bij het Kopje of aan de voet van de vuurtoren te Vlieland, eenzaam, maar niet alleen, een uur later, zo tegen elf uur des avonds, ondanks het hetero seksjuwelen treffen van die dag, gelardeerd met een half dozijn orgasmes, ontspannen heupwieg end flanerend op gouden muilen en het hippe overhemd met de kleurige Paisley motieven voor het gemak uitnodigend open tot op de navel. Tast toe. Het snoepje van de week is d’r weer, gonsde het door het bos. Altijd weer even handig zo’n open hemd voor een manlijk ingestelde gespreks partner in het duis ter mits men er geen doekjes om wond, want in oeverloos geluld als intro op wat onver mijdelijk zou volgen had hij zelden zin. En laat hij zich nou als zestiger sinds enkele jaren in deze nieuwe eeuw parfumeren met het dure merk Opium. ‘Een zwaar parfum voor mannen zoals U en ik”, meende de verkoper in Leeuwarden hij en gaf een veel zeggende knipoog. En hem aan raadde een volgende keer een flacon Grey Flannel aan te schaffen bij een bezoek aan Amsterdam, het Sodom en Gonorrhoe van het Noorden. De hem door de Groningse fotograaf R. toegedichte arro gantie en agressiviteit, zo blijkt al na een klein half uurtje, bestaat in het geheel niet. Dat moet een enorme vergissing zijn van deze provinciale zegsman. Kwaadsprekerij van een stel Groningse cultu rele ontbijtkoeken. Hij zegt zelfs een buitengewoon bedeesd man te zijn en dat de vrouw in al heur gestrengheid overheersend de baas in huis is waar hij zich overigens met liefde bij neer legt. Niet dat hij ook maar iets met deze me dedeling bedoelt, maar voor de zekerheid en om duidelijkheid te scheppen. De verhoudingen moeten nu maar eens in alle openheid worden vast ge legd. Slechts een nadrukkelijke vorm van zijn zelfbe wustzijn wil nogal eens een niet al te ruim bemeten Hollands e huiskamer vullen als de fles niet meer gevuld is, ja, dan wil hij nog wel eens lastig en rumoerig worden, veeleisend ook en verandert zijn zoetgevooisd stemgeluid in bars gebas en stamp voeten, maar is dat zijn schuld als hij met zijn kalvinistiese klauwen wild in het rond gaat molen wieken? Welnee! Dat ligt allemaal aan de slijter en aan zijn eigen habit. Over de grote dorst en de bodem loze put. De tandeloze tijd van Sisyfus met het emmertje de berg op en neer. Als dat geen metafoor is voor het kunstenaarschap weet hij het ook niet meer. Dat schiet niet op. There’s a hole in my bucket. Beter dan omgekeerd. En hoe het tij tegen had toen het plestik boterhammenzakje nog niet was uitgevonden, zodat hij die niet om zijn schoen en kon binden als waterkering wanneer er weer eens vuist grote gaten in de zolen zaten, want wie geen cent te makken heeft in het begin van zijn kunstenaarsloopbaan zal zich geen nieuwe zolen onder zijn hoeven aan laten gieten. Wij tasten elkaar in figuurlijk opzicht en heel formeel voorzichtig af en vinden elkaar in onze waardering voor de boekenrubriek van Martin Ros. Mogen wij ook even? En heeft de beminnelijke Marlou Witzel te Haarlem hem niet het web adres van deze boekbespreker attent door gemaild? De kunstschilder blijkt ver der merkwaardig genoeg zeer op vormen gesteld blijkt al spoedig en res pecteert ieders privacy. Tenminste voor drie minuten, langer niet, want alles heeft zijn grenzen. Hetgeen wij al eerder vernamen van de Rotterdamse R. met wie de artiest sinds maanden gebrouilleerd is en waar mee het nooit meer goed zal komen. Zeker weten, want vetes zijn er toevallig niet voor om bij te leggen en meningsverschillen dienen gekoesterd te worden tot de dood er op volgt. Nee, niet met R.’s vrouw Henrët, die onder ons gezegd nog steeds een lekkere kop heeft als zij op meisjesach tige wijze een band in het haar draagt plus een aardig frontbalcon en laatst nog in een groot gezel schap tijdens een lange wandeling bij een brug over een rivier op puur artistieke wijze zich onge geneerd ontkleedde vanwege de soms tropiese temperaturen in de Bour gogne om in opperste vrij making zwierig haar beha met een knal de lucht te gooien en hoe het dure kle dingstuk van het merk Lejaby toen door een mini tornado werd meegevoerd gelijk een duo parachute op de vleuge len van de wind over de brugleuning met een sierlijke pisboog de snelle vliet in plonsde en weg dreef. ‘Daar gaan je centen, gotdome!’ moet zij gezegd hebben met heur handen ineengeslagen. En hoe vele kilometers verder het intieme kledingstuk door Fred van der Wal, die toevallig net in zijn groene, rubberen lies laarzen midden in de stroom stond te vissen op snoekbaars in het canal late raal, aan de glas fiber hengel werd geslagen en na een gevecht van een half uur met het weerbarst ige stukje textiel werd ‘t binnen gehaald, in de vis emmer geworpen en als trofee nu in het atelier van de schilder hangt te dro gen. Nee, deze keer heeft hij het niet zelf aan getrokken. Lingerie van zijn kennissen is terra incognita en als zodanig verboden gebied. We kunnen niet alles hebben. Het bleek zijn maat niet en het kleding stuk was nog klam. Hij gaat nog altijd voor 84 dubbel D cup en knalde laatst nog uit een dure beha van zijn vrouw, die daar niet blij mee was. Dat zal hem geen tweede keer gebeuren! Zulke voorvallen geven toch zo’n hilariteit in huis tijdens de polonaise met gevoels genoten, dat we regelmatig huilend van het lachen in mal kanders armen vallen…om het daarna af te drinken.

     

    Lees meer >> | 0 Reacties | Reageer | 1034 keer bekeken

  • In Friesland ben ik niet beroemd, maar berucht!

    20 juli 2014

    Fred is in Friesland niet alleen een roemruchte kunstenaar, maar ook een nachtmerrie voor veel brave tekenleraren met een hobby in schilderen op zolder van de nieuwbouwrijtjeswoning, mis schien is hij wel een cultfenomeen, alhoewel drs. Huub Mous van de Friesche Kultuurkamer hem de Pietje Bell van het stel noemt en de jongen met de grootste bek. Zeker is dat Fred van der Wal geen kut fenomeen is want daar waakt hij voor alsof een hellehond de geheime opening der vrouwen beschermt.

    Tentoonstellingsorganisator Harald Klinkenberg noemde hem in 2006 in een email “nog steeds de bontste hond van Friesland”.

    Een kwalificatie waar Fred niet weinig trots op is. Als lieveling van het niet te evenaren fenomeen Isis Nedloni mag hij zich verheugen in een nog immer aanzwellende reeks koosnamen, waaronder: Taal beest en Genotschapsgenie maar ook Chocoprinz of Darteldarling.

    Tegenstanders versleten hem, na exposeren van zijn omstreden SM tekeningen en schilderijen in 1981, onder andere voor de duivel zelf, voor een kinderverkrachter, seksjuweel sadist, vrouwenha ter, SS-er geheime homoseksjuweel en lustmoordenaar.

    Intimi als Isis Nedloni daarentegen worden niet moe te benadrukken hoe zachtaardig hij is.

    Een anonieme collega en vriend verklaarde onlangs: “Hij is de man die ik mijn kinderen in bad zou laten doen want ik weet zeker dat hij ze net zo lang onder water houdt tot ze verdronken zijn en dat zou mij reuze goed uit komen! Ik lig namelijk in scheiding en er is geen betere manier om mijn ex eens duidelijk met haar neus op de feiten te drukken. Wat maakt het uit? Er zijn genoeg kinde ren op aarde. Ze geven alleen maar geluidsoverlast en een stukje extra milieu vervuiling! Voed je varkens dan krijg je spek, voed je kinderen dan krijg je drek!

     

    Ook nogal wat collegas vinden Fred innemend, getuige hun interviews waarin ze steevast dezelfde conclusie trekken: kwamen ze binnen in de kopijgerichte verwachting een extreme sadomasochist te treffen met een bleek, van haat vertrokken gelaat, een persoon, wiens muren behangen zijn met leren riemen, zwepen, spreidstokken en andere martelwerktuigen, valt het vies tegen. Hij draagt ook “ let op! “ Donald Duck sokken en vaak nylons, jarretel gordel, tangaslipje, bustehouder en zij den dameshemdje.

    “Dat voelt zo goed op de huid! Om die reden alleen al draag ik graag lingerie! En de leren prikkel beha, de met loden gewichten verzwaarde cockring, de buttplug, de tepelklemmen, de leren kop klem, het riementuigje en de fel gekleurde mondbal zijn mij ook op het lijf geschreven maar ik kan nieta lles tegelijk over elkaar trekken, dan kan ik de tram niet meer in en ben dan net een Michelin mannetje!” zegt hij.

     

    De literair geschoolde lezer, die weet dat de schrijver niet hoeft samen te vallen met zijn onder werp, zal daar niet van opkijken. Maar voor veel anderen is het kennelijk nog steeds een nieuw in zicht. In Friesland zijn de gepensioneerde tekenleraren nog steeds erg bang voor de bizarre kunste naar. Galeriehouders rond Heerenveen noemen hem a-professioneel en crimineel omdat hij weigert naar de pijpen van een aantal kapitaal krachtige patsers te dansen. Soms weigert hij zelfs een tekening te verkopen als de koper hem niet zint.

    Nog wat common knowledge: voor een heldere uiteenzetting van de politieke toestand in de wereld be treffende Israël of het midden Oosten moet je bij Fred liever niet aankloppen. Dat ondervond weer een andere journalist, die beleefd informeerde naar zijn standpunt over de net uitgebroken Irakoorlog.

    Om van die bef snor Saddam Hoessein af te komen, prima idee. Om het Iraakse volk te bevrijden, ook uitstekend. Om de Westerse oliebelangen veilig te stellen, nog beter. Om de dreiging voor Israël weg te nemen; fantastisch! Als we nu ook nog Balkenende zouden kunnnen uitvlakken of iets zouden kunnen doen aan het CDA, D’66 en de VVD ben ik helemaal gelukkig als SP stemmer.

    Dat is dan nog alleen een verbaal macaber machtsspelletje waar hij zo sterk in is, maar dat hij dichte mist schept rondom zijn persoonlijk leven en zijn twijfelachtige seksjuwelen identiteit, heeft een reden. Te veel informatie zou de interpretatie van zijn werk een bepaalde richting op kunnen sturen en daarmee beperken, vreest hij als die Arnhemmers echt achter zijn ware motivatie komen.

    Zo vermijdt hij het onderwerp van zijn seksuele voorkeur altijd angstvallig. Op de vraag of hij hetero-, homo- of biseksueel is, sadist of masochist, geeft hij regelmatig tegenstrijdig commentaar. Dat zijn personages stuk voor stuk een mistige seksuele identiteit hebben, is het enige dat er vol gens hem toe doet. Hij wil alle opties open houden in het leven.

     

    Gevolg van Freds mysterieuze gedoe is wel dat wanneer er dan een scheutje informatie loskomt, de Arnhemse kunstsien meteen in rep en roer raakt. Zo zit hij regelmatig in een limousine, samen met collega-schrijver Isis Nedloni te brainstormen of scrabble te spelen waarbij hij steeds weer de dub bele woordwaarde mist en Isis wint op alle fronten. Overnachten daar zelfs soms in een verlaten gebied bij een verlaten pannenkoekenhuis als het te laat wordt om naar huis terug te gaan. Een zandverstuiving. Gezellige boel daar met zijn tweetjes als ze schaterend van het lachen beginnen zand te verstuiven, ze zijn dan meestal stomdronken en/of...

    Lees meer >> | 0 Reacties | Reageer | 1088 keer bekeken

  • Een rode draad

    20 juli 2014

    Helaas krijgen weinigen in de vroege jeugd een teken van omhoog welke kant het met hem of haar op moet later. Later? En als er nou eens geen later komt, vroeg ik mij al vroeg in mijn leven af. Als kind van acht,negen jaar joeg de dood mij grote angst aan,vooral na het lezen van enkele spiritis tische verhandelingen, die geen kind gerust stelden. Wenken van de allerhoogste of geheimzinnige boodschappers vanuit het ongeziene hebben mij nooit bereikt en ik twijfel ten sterkste aan de mogelijkheid dat het ge beurt,in tegenstelling tot goedgelovige aanhangers van de evangelische omroep,die de kijker poogt wijs te maken via wijsneuzen als Henk Binnendijk, Feike ter Velde of Otto de Bruyne,dat zij de blauwdrukken voor een ieders bestaan en de oplossing voor elk probleem in de binnen zak van hun kekke konfektiepakken met zich mee dragen. Randdebiele zeverende vrouw tjes die onbegrijpelijke profetieën uiten tijdens ere diensten van sommige halleluja kerken ergeren mij niet weinig! Pas veel later is er in sommige levens een rode draad te vinden, maar het gros van de medemensen wordt gestuurd door al of niet gelukkig toeval,invallen, onnaspeur bare raadselachtige stuur processen, dwang gedachten, terloopse obsessies of voorbij gaande, vluchtige passies. De door psycho analisten hoog geachte inlegkunde van verklaringen achteraf is het omstreden domein van de psychia ters en totaal niet voor mij wegggelegd. Bovendien geloof ik er helemaal niets van. Nonsens predikers als Jung die over de synchroniciteit van non-causale verbanden schreef zijn terecht door moderne mensweten schappers naar de geduldige, eeuwig durende prulle mand-lullemand van het uitgestrekte rijk der fabelen verwezen. Een bodemloos vat van Sysifus waar heel veel in past voor de druppel de emmer doet overlopen.

    Het eerste schilderij dat diepe indruk op mij maakte als elfjarige was een havengezicht van Paul Signac dat in 1953 in de hal van het Stedelijk Museum hing.Thuis gekomen vertelde ik enthou siast over het schilderij aan mijn tante en oma die zeker wisten dat in het Stedelijk Museum alleen rom mel hing. Van Signac hadden ze nooit gehoord. Niet altijd ging museum bezoek mij in mijn kouwe kleren zitten.Wekelijks maakte de zesde klas een verplichte excursie naar het Rijksmuseum en tij dens de behandeling van het gruwelijke schilderij De onthoofding van Petrus kreeg ik mijn eerste en voorlopig niet de laatste migraine aanval en moest snel naar huis.

     

    Voor het eerst zag ik jaren later tot mijn stomme verbazing (alhoewel ik zelf de kopij had ingele verd) mijn eerste, aarzelende pogingen tot proza en powezie in drukletters in de schoolkrant van de Da Costakweekschool te Bloemendaal in 1963 verschijnen. Tijdens een werkweek had ik een somber, door het existentialisme beínvloed, modern, dus niet rijmend gedicht geschreven en later stuurde ik nog wel eens powetische gedachten naar de redaktie van de schoolkrant, die ze prompt afdrukte, waarschijnlijk meer geïmponeerd door mijn zwijgzaamheid die uit verlegenheid voortkwam en mijn schouder lange, as blonde haar, dat in schoolmeesters kringen van begin jaren zestig tot de uitzondering en behoorde,dan door de kwaliteiten van de kopij,vermoed ik. In ieder geval werd het gelezen door de hele school. De beide redakteuren van het door de direktie gecensureerde schoolblaadje De Koepel, klasgenootjes Burny B. maakte jaren later furore als Ko de Boswachter in een AVRO kinderprogramma en Broer Ko nijn Bernard N. verdween in het vullisvat van het vader landse welzijnswerkers circuit. Opgeruimd staat netjes! Ik typte het met twee vingers moeizaam op een Olympia schrijfmachine die ik leende van mijn opa.

    Vol verwachtingen klopte mijn hart! Nieuwe uitdagingen lagen in het verschiet! Die onontgonnen wereld van kunsten en literatuur! Het artistieke en literaire plantsoen! Daar zouden de kunstkerst bomen vast en zeker tot ver in de hemel groeien! Oneindig veel spannender dan een saai, uitzichts loos schoolmeesters bestaan. Romantiek alom!Ik begon met de moed der wanhoop slechte, abstrak te schilderijen te maken met varkensharen kwasten en goedkope verf waarmee ik enige indruk maakte op sommige vrouwelijke leerlingen en dat was nu net de bedoeling.Ik had de meesters truuk die generaties kunst enaars voor mij al lang kenden, ontdekt.

    Grootmoedig schonk ik mijn konterfeitsels met royale gebaren, een Haarlemse, ongewassen bohé mien waardig, voor zover die ooit bestonden in het duffe, ingeslapen ambtenarenstadje, aan Els, Coby, Frieda, Aletta en zelfs aan de ouders van de zwartharige, sensuele,voluptueuze Monique. Doeken van mijn hand die ze in het gunstigste geval boven hun bed hingen. Els vroeg er zelfs mijn wollen das bij die ze mee naar bed nam, om ook ‘s nachts, bij wijze van voorschot op de huwelijks nacht, voortdurend aan mij herinnerd te worden. Ze heeft die das nooit terug gegeven, zodat ik maar een andere kocht. Of ze nu nog met die das naar bed gaat zou ik haar echtgenoot, een grif fermeerde, moeilijk lerende droogkloot, de plaatselijke dorpsschoolmeester te Zuidwolde, die toch nog bij gebrek aan beter hoofdmeester is geworden ondanks de prognoses van zijn leermeesters en ook zijn vrouw die een hard hoofd in zijn verstandelijke vermogens had, toch eens mondeling of schriftelijk moeten vragen.

    Meestal hing een schilderij van mijn hand boven de sponde van een vriendin, zo lang de liefdes relatie duurde. Soms duurde dat niet al te lang. Els gaf het schilderij na het beeïndigen van de relatie moeiteloos en onverschillig weg aan haar zusje Ineke. Coby bezorgde me het doek dertig jaar later terug met een gat er in. Het had negentwintig en een half jaar op zolder gestaan. Het was misschien wel het beste bewijs dat ik nooit voor wonderkind of jeugdgenie in de wieg was gelegd en vooral het sluitende bewijs dat het pad van de abstrakte kunst een dwaalweg is. Mijn eerste tentoonstelling, begin 1966,had ik in het kunstenaarscentrum De Ark in Haarlem en de schoolkrant,onder leiding van Burny B.B. schreef een van jaloezie ronkende vernietigende recensie. Jaren later sprak ik mijn intelligente studiegenoot Ben S., die toen al lang lektor was in de pedago gische wetenschappen te Utrecht, die er nog schande van sprak. Ik haalde mijn schouders er over op en besloot als tegen prestatie van deeelname aan aktiviteiten voor de jaarlijkse school avond waar ik al lang vantevoren op de aankondiging stond om gedichten van eigen hand voor te lezen maar af te zien.

     

    Nooit hebben de denigrerende opmerk ingen van mijn zo saaie,voorspelbare mede leerlingen of van de direkteur van de Da Costakweekschool,die zelfstandig niet eens zijn schoenveters kon knopen, dat moest zijn vrouw doen,mij kunnen ontmoedigen of mij van één van mijn voor nemens af kunnen brengen.Ik ken een kunstschilder (eigenlijk een illustrator) die in 1967 beweerde binnen tien jaar een kasteel in Frankrijk te bezitten.Tien jaar later na deze uitlating woonde hij nog op een door de gemeente toegewezen gesubsi deerde bovenwoning aan de Parnassusweg te Amsterdam en leef de zijn oninteressante leventje op kosten van de kunste naars bijstand.Ik kwam een enkele keer bij hem over huis en steeds weer vielen mij de de primerende kleuren op van het interieur. De mu ren waren bespannen met grauwe jute om een artistieke sfeer op te roepen en de vullisbak,die uitpuilde van de lege jeneverflessen,want de artiest was een notoire gebruiker, stond in een hoek van de kamer en werd gebruikt als stoel wanneer er meer dan vier mensen aanwezig waren,net als op zijn vorige adres in de Peper straat boven een Turks gastarbeiderskafee.Het artistieke echtpaar bezat slechts vier wrakke kaffee stoelen,van het Thonetmodel,voor een krats op het Waterlooplein op de kop getikt.De surrealistiese schilder C. v. G. voorspelde in een van zijn weinige optimistiese buien dat hij als vijfentwin tigjarige veelbelovende kunstschilder binnen tien jaar miljonair zou zijn.Zijn belofte als veelbelovend schilder heeft hij nooit kunnen inlossen.Als voorschot op die toe komst reed hij als vast rond in een zesdehands Jaguar E-type,die niet vooruit te branden viel. De elektriese ramen werkten feilloos, maar dat was ook alles. Dertig jaar later zat hij nog in de bij stand, zoals het gros van de volgens eigen zeggen, zo geniaal begaafde en aan doenlijk gevoelige, wereldverbeterende kollegaatjes,die het liefst andermans ruiten ingooi den of met een dronken kop op tafel gaan dansen,hun lul uit de ranzige gulp haalden en luidkeels verkondigden dat ze een por tie verse kunstzinnige kroketten als laatste artistiek e schepping in de aanbieding hadden.

    Het snoepje van de week was een aanbod dat in de al lang failliete winkels van de firma de Gruyter nu definitief al lang tot het verleden behoort!

    Misschien is het voor een eigentijdse kunstenaar wel een ongeluk om, zoals Fred van der Wal, met een grote dosis aan realiteitszin en intelligentie op de wereld te komen.Wie zal het zeggen!

    Lees meer >> | 0 Reacties | Reageer | 968 keer bekeken

  • Otobiografies 20 nov. 1985

    20 juli 2014

    Woensdag 20 nov. 1985.

    Bij de Atheneum boekhandel koop ik de pocket “One writers beginnings”van Eudora Welty.Verkoopster Petra pakt het boekje voor me in.Ik loop langs de grachten naar de Runstraat en koop een paar Punkkaarten voor Misja.De Munttoren was tot in de wijde omtrek afgezet door de politie en brandweer in verband met een brand on der de Munttoren waar een groot aantal gasflessen lag opgeslagen.Om 12.45 belt Ina uitgebreid naar de galerie.

    .

    X. belt op dat ze even langs komt,want ze heeft gehoord dat ik een tentoonstelling heb.Als ze Arti binnen komt herken ik haar niet meteen,want ze is erg veranderd.Zij herkent mij wel.Het is meer dan achttien jaar geleden dat ik haar voor het laatst zag.Ik bestel pils voor haar en ze praat,net als vroeger,honderd uit.Vooral over haar enige en grootste hobby:sex,sex en nog eens sex.Ik vraag me even af of ze wel helemaal normaal is,maar wat is normaal?Ze vertelt met kleur over de mannen die ze gehad heeft en over haar lesbiese ervaringen.De SM spelletjes met haar echtgenoot en zijn habit van onverbeterlijk hoerenlopen.Haar veertig jaar zijn haar aan te zien.Ze ziet er wat afgeleefd uit.Haar eens zo volle,ronde,soepele borsten zijn nu lege zakjes,volgens haar eigen zeggen.”Valt toch wel mee?”zeg ik om haar zelfspot te relativeren.Ik zal ze,als het zo uitkomt in een later stadium alsnog kunnen afkraken,schiet mij te binnen.Ze woont een paar huizen van haar ex-echtgenoot af.Sinds kort blijken ze apart te wonen aan de Lijn baansgracht.We lopen eerst even bij hem binnen en een voor mij onbegrijpelijke,geërgerde diskussie over een al of niet verdwenen sleutel ontspint zich.Op het eerste gezicht mag ik haar ex-echtgenoot,die een verslagen indruk maakt, wel en ik vraag me af hoe hij het al die jaren met haar heeft uitgehouden.We gaan naar een avondwinkel en nemen zes flessen Grolsch mee.Nauwelijks in haar armoedig gemeubileerde etagewoning binnen gekomen steekt ze een stick op.Ik bedank voor de eer als ze mij er een aanbiedt.Ze rookt vijf of zes sticks en wordt wat rustiger.Ze laat een grote doos met fotos zien,waarbij een paar mooie naaktfotos van haar,genomen in het Caraïbiese gebied.Hoeveel keren ben ik in Heemstede niet langs haar huis gelopen als ik met Els van de villa aan de van Oostzanenlaan naar Haarlem liep.”Daar gaat Fred weer met zijn vaste vriendin,”merkte X. dan altijd jaloers tegen haar moeder op,want ze had mij altijd al willen verschalken.Ze kon Els niet uitstaan. X. zit op de bank tegenover mij.Ik ga opzettelijk niet naast haar zitten om geen verwachtingen op het erotiese vlak te scheppen en verdere intieme komplikaties te voorkomen.Ik kijk naar de vele kleurenfotos in haar fotoboeken van jaren her.Een tijd die nooit meer zal terugkeren.Haar vergane gloriejaren,toen ze nog iedere man kon krijgen die ze wilde.Ze was een van de mooiste vrouwen die ik ooit gezien heb.Alles was bij haar van de juiste,ideale propor ties. Prachtige,schitterende,donkere ogen,gaaf gebit, lang, donkerbruin,golvend haar,volle lippen.Nu zijn haar tanden door het dwangmatig konstant met haar tanden knarsen kleiner geworden,haar lippen dunner.Enkele malen bekruipt een gevoel van medelijden mij.Wat is er nog over van deze,in fysiek opzicht, eens zo veel belovende, bloei ende,sprankelende jonge vrouw?Ze vertelt voor de zoveelste keer dat haar grootste talent is om mannen uit te zoeken die goed kunnen neuken. Ergernis en een toenemend gevoel van gêne bekrui pen me.”Hoeveel zijn het er de afgelopen vijf entwintig jaar geweest?”vraag ik met gemengde gevoelens,omdat ik die excessieve lust naar ongebreidelde sexualiteit niet al te aantrekkelijk en opwekkend vind.Ze haalt onverschillig haar schouders op.”Vijf en twintig jaar geleden was ik al lang de tel kwijt,”zegt ze.Ik sla er een slag naar en zeg:”Honderd vijf enzestig?”Ze weet het niet.”Misschien wel veel meer” geeft ze toe.Waarom weet ik niet maar ik heb tot twee keer toe de neiging om haar over haar sterk vermagerde schouders van haar gebogen rug en armen te aaien.Niet uit onbedwingbare wellust, maar als schamele troost,alsof dat haar weggeg ooide,willens en wetens door haar zelf verwoeste leven zal kunnen goed maken.Ik zeg haar dat,zonder ergens op uit te zijn.”Als je dat wilt,moet je dat doen,”moedigt ze me op onverschillige toon aan,maar de vanzelfsprekende aanmoediging doet mijn opwelling direkt verdwijnen en ik ben weer even gereserveerd en op kritiese afstand als tevoren.Meer dan achttien jaar geleden heeft ze me op een uiterst onprettige manier aan de kant gezet toen ik in financieel zeer penibele omstandigheden verkeerde.Ze haalt herinneringen aan die tijd met mij op.”Je kon toen nog geen zakje patates of een kop koffie kopen,zo arm was je en je was zo ondervoed en wanhopig dat je dank zij je te lage bloeddruk nauwelijks een stijve lul kon fokken.Nou,daar zat ik in die tijd op te wachten!Ik kon alle stijve lullen van heel Amsterdam op een presenteerblaadje krijgen in die tijd.Mijn moeder vond het trouwens geen stijl dat ik met je kapte.Ze had liever gezien dat ik met je verder was gegaan.Ze zag wel iets in je.Van je laatste gulden kocht je nog een kopje koffie voor me.Zo was je vroeger.”Het was allemaal waar,maar wat wil ze daar nu mee zeggen?Ik was zwaar ondervoed,kreeg twee boterhammen per dag van haar,waarvoor ik kilometers moest lopen naar het Scheepvaarthuis bij het Centraal Station en als ik terug was gelopen had ik weer honger.Ik vroeg haar wanhopig door de honger of ze niet nog een paar boterhammen extra voor ‘s avonds uit de bedrijfskantine kon meenemen,maar ze verdomde het.(Had je soms verwacht dat ik je die boterhammen nog achterna was komen brengen?).”Je moeder vond me toch een mietje?”zeg ik licht spottend.”Mijn moeder vond je helemaal geen mietje!Ze had graag gezien dt we ik met jou babies gemaakt had!”Ik zeg haar dat ze dat zelf een keer aan Y. heeft gezegd.”Ik heb helemaal nooit iets over jou aan Y. gezegd.Ik denk dat Y. niet kon hebben dat je met mij ging!”,zegt ze.Ik had in de tijd dat ik met haar ging niet eens genoeg geld om petroleum te kopen voor de kachel,zodat ik in februari zonder verwarming zat.Ondanks mijn zeer vermogende familie leed ik gebrek.X. is ,zelfs nu,na zoveel jaren,voornamelijk,zoals de meeste vrouwen,zelf voortdurend aan het woord,volkomen van zichzelf vervuld om de talloze tegenstrijdige gevoelens in haar zo breedvoerig en rijk geschakeerd mogelijk te verwoorden.Ze lijkt er een kunst van te maken haar gevoelens oneindig te definiëren en te schakeren.Elke keer heb ik daarvoor weer heel even bewondering,maar niet voor lang,omdat het me snel gaat vervelen die introspectie.Ik vraag me vaak af of de menselijke psyche niet meer op een moeras lijkt dan op een transparante zee vol parelduikers en verloren schatten.Er is nog steeds,net als vroeger,geen enkele ruimte voor mijn mededelingen van welke aard dan ook,dat is me wel gauw duidelijk.Ik houd er niet van terrein op wie dan ook te moeten bevechten.Ik dien hier alleen als een klankbord.Het kost me moeite om het langer dan een uur aan te horen en een zinnig weerwoord te blijven geven.Een zekere vermoeidheid en onver schilligheid van mijn kant overvalt me dan al gauw.Waarschijnlijk heb ik wat minder uithou dingsvermogen en interesse in haar om het verslag van het sexuele leven van een los geslagen dame aan te horen dan de gemiddelde man waar zij mee in aanraking komt.Schriftsteller Paulus is een verstandig man geweest dat hij vrouwen definitief het zwijgen heeft opgelegd per dekreet in de gemeente.Ik ben geen therapeut of zielzorger.Ze wijst naar een traditioneel,somber,impressionisties,lusteloos ge schilderd portret aan de muur boven de tafel,waarop zij zelf staat afgebeeld.”Jörg heeft het indertijd geschilderd toen ik nog bij hem woonde.Jörg had een korte maar dikke lul,heel anders dan jouw lul.En met die korte lul kon hij me helemaal gek maken.Hier kent niemand hem met zijn korte lul,maar in Denemarken is hij een heel bekende schilder.Ongeveer net zo bekend als jij hier,”zegt ze nogal komplimenteus.”Die bekendheid van mij valt misschien wel heel erg tegen,”zeg ik  bescheiden.”Wat zeg je nou?”vraagt ze verontwaardigd en verbaasd.”Dat die bekendheid zonder korte lul misschien erg tegen valt,”herhaal ik.”Nou moet je niet zo raar zitten lullen,want iedereen die ik tegenkom kent je.Ze praten allemaal over je en niet altijd even gunstig,maar wel met respekt,” zegt ze licht verontwaardigd.Ze neemt nog een trek van haar King Size stick en blaast een grote naar verbrande kerstbomen ruikende rookwolk uit.Dit is niet al te goed voor mijn  bronchitis.Ik bezwijk bijkans van de hasjdampen.Het ruikt niet onprettig,die vettige,exotiese,verdovende hasj geur.Het lijkt een Oosterse kashba wel!Als ze zo meteen maar niet net als E. begint te buikdansen van de weeromstuit,want dan zal ik toch echt in de lach schieten.Misschien ligt het er allemaal aan dat ik geen korte,dikke lul heb,zoals haar Deense ex-minnaar,wie zal het zeggen!

    “Oooh,wat leuk dat je dat allemaal zegt!Ik krijg niet zo vaak zulke komplimenten,”zeg ik als verbaasde reaktie op haar idee dat ik bekend zou zijn en geloof haar maar half.Het artistieke wereldje is misschien ook maar heel erg klein,zelfs in Amsterdam.Iedereen kent iedereen.Men volgt elkaar met argusogen.De muziek die ze ongevraagd opzet is rasta,waar ik al helemaal niet van houd,maar ik ben een tolerante gast en er is me niet naar mijn muzikale voorkeur gevraagd.Natuurlijk vertelt ze met enige smaak dat ze al heel wat rastas heeft geneuktHet kon niet uitblijven.Jij liever dan ik,denk ik als ik de mediese rapporten herinner over de geslachtsziekten die heersen onder sommige negerstammen,waarbij bijna zetig tot negentig procent van de bevolking geslachtsziek is.Eigenlijk heeft ze alles geneukt wat er aan rassen rond loopt.Hoe is ze tot nu toe zo gezond gebleven?Ze laat wat fotos zien van een twintig jaar jongere,brutaal uitziende, woest ogende,ongeciviliseerde ,grijnzende bosneger,naakt in een beek poseert hij trots voor de camera van zijn blanke minnares.Het is een wonder dat X. niet in de kookpot is verdwenen.Zijn wel wat erg uit de kluiten gewassen of misschien wel ongewassen,forse,overontwikkelde (oefening baart kunst) geslachtsdeel raakt nog net de waterspiegel niet en kan dus niet afkoelen.Het is waarschijnlijk het enige dat deze “edele wilde” te bieden heeft aan een sexueel ongeremde,door sex bezeten vertegenwoordigster van de superieure,blanke,Westerse kultuur,begrijp ik uit haar verhalen over de lusten en lasten van de zwarte medemens.Het is de vraag in hoeverre X. van deze primitieven zelf afstaat. Hij was op dat eiland in elk geval voor enige tijd haar favoriete minnaar en ze had hem zelfs naar Amsterdam op haar kosten laten overvliegen omdat ze er geen genoeg van kon krijgen.Black Beauty.Binnen twee weken hadden ze laaiende ruzies,schreeuw- en vechtpartijen.Hij dreigde haar het raam uit te gooien.(Black Power?)”Zo doen wij dat met onze vrouwen bij mijn stam,”had hij gedreigd.Naar goed inheems voorbeeld.Ze maakte de weinig heilzame gevolgen van het multikulturele,salonsocialistiese,utopistiese demografiese pvda model nu eens aan den lijve mee.Drie keer binnen twee uur die avond dat ik bij X. op bezoek ben belt haar ex-echtgenoot J. op.Zeker om te kontroleren of ze niet in bed ligt te neuken met mij.Hij kan ook niet weten dat ik daar allerminst zin in heb.Het interesseert me meer wat zich in haar hoofd afspeelt dan op het hormonale vlak.X.;a suitable case for treatment,parafraseer ik een speelfilm die in de zestiger jaren in een bioscoop op het Leidseplein draaide.Ik wil eigenlijk het liefst naar de serene rust van mijn kamer in de tweede Nassaustraat terug.Ik heb er voor lange tijd weer genoeg van.Tot drie keer toe heeft ze met J. een niet te volgen konversatie over het wel of niet hebben van een bepaalde sleutel,die steeds weer zoek is.Een Freudiaan zou er heel wat achter zoeken.Hij belt aan de deur (schreeuw om aandacht,schreeuw om leven?In wiens brouwerij?) en ze staat hem te woord hangend over het balkon.Ik begrijp niet dat ze niet zo stoned is na al die sticks dat ze niet gelijk van drie hoog voorover van het balkon valt.En dan?Wat zal de politie mij vragen?Hoe lang zal ik vast zitten op verdenking van moord en doodslag of dood door schuld?Ik moet zien dat ik hier binnen vijf minuten weg kom!Uit zelfbehoud.”Waarom vraag je niet of I. zin heeft met J. en mij op vakantie naar Frankrijk te gaan?Dan kunnen I. en ik de stad in en jij kan met J. lekker over het sadomasochisme en alles wat daar mee samen hangt praten in de ondergaande zon op het terras om je alvast aan op te warmen,dat praat zo lekker met een fles rode wijn er bij!”stelt ze voor.Ik zeg voorzichtig en zuinig dat ik denk dat I. dat helemaal geen goed idee vindt en dat we tot nu toe meestal met onze dochters met zijn vieren alleen op vakantie gaan.Om een uur of één ga ik alleen terug naar het atelier op een van haar geleende fiets zonder licht.Het aanbod om bij haar te blijven overnachten sla ik weer beleefd af tot haar grote ergernis,maar dáár ben ik toch echt niet voor gekomen.Ik ben nu eenmaal geen rasta.En ik wil het ook niet worden.Zelfs niet in de armen van de erotomane X.,kind van de sexuele revolutie,deze vrijgevochten,hartstochtelijke,weinig exclusiviteit biedende tempeldienares van de heidense godin Venus bezeten door vele demonen.

     

    Een andere keer dat ik met haar aan de bar in Arti zat barstte ze plotseling volkomen onverwacht in tranen uit en laat haar hoofd minutenlang op mijn schouder rusten.Ik laat haar begaan.Barkeeper Martin Welman vindt het allemaal erg interessant en zorgt ervoor geen woord te missen van onze konversatie.Het is weer net als vroeger (oktober 1968) toen ze ook plotseling kon gaan huilen om niets.Ze vertelt dat ze anderhalve maand aan een stuk in bed is gebleven enige tijd geleden.Ik weet dat dit een teken van depressie is,maar zeg het niet.Ik heb geen remedie voor haar kwalen en ben van mening dat we voorlopig voor lange tijd weer uitgepraat zijn.

     

    Haar ouders woonden tegenover de villa van mijn grootouders aan de van oostzaanenlaan te Heemstede in een huurhuis aan de Heemsteedse Dreef.Haar vader was vertegenwoordiger van een van de grootste Duitse uitgeverijen van kunsthistoriese werken.Door een stommiteit verloor hij zijn vertegenwoordiging en moest een beroep doen op de bijstand.Bij wijze van zwarte bijverdienste ging hij pornoboekjes verkopen en werd bij het inladen geholpen door de nu zo respektabele arrogante antiquaar-veilinghouder B. te Haarlem,die liever niet aan die episode wordt herinnerd en in plaats van een lange,romantiese Indiase jurk nu een driedelig grijs pak en een donkerblauwe,loden overjas draagt.

    X. ouders waren zeer links en mijns inziens wat hun sexuele moraal betrof tamelijk los geslagen.Niet alleen waren zij nudisten,waar ik altijd een grote weerzin tegen heb gehad,omdat het duidelijk in een kader van een antichristelijke levensbeschouwing staat;Ze stuurden dochter Mila in haar tienerjaren naar Londen om te werken als au-pair bij de grootste pornoproducent van Engeland.Welke liefhebbende vader doet nou zoiets?Het was me een mooie meneer;hij was geheelonthouder,maar in zijn werkkamer stond een uitgehold boek waarin een fles konjak verborgen was en de sigaren had hij ergens anders weggestopt uit angst voor zijn echtgenote.Hij kocht boekjes bij fa. de Slegte voor twee tientjes en verkocht die met een knaak winst aan kennissen door.Gerommel in de marge.

    Lees meer >> | 1 Reactie | Reageer | 1033 keer bekeken

  • Ik ben vervolgd, ik word vervolgd...

    20 juli 2014

    KUNSTENAAR ZIJN IN AMSTERDAM IS EEN KLEIN ONGELUK. IN FRIESLAND DAARENTEGEN EEN GROOT ONGELUK. IN FRANKRIJK EEN KLEIN GELUK’.

    Het was in het begin pionieren in Frankrijk. In Nederland bemoeit iedereen zich met de ander; hier bemoeit men zich hoofdzakelijk en bij voorkeur alleen met zichzelf. Een verademing. In Nederland luistert de ene helft van de bevol king de andere af. Dat hebben wij in ons laatste huis in Friesland zelf ervaren. Daar waren we via via heel snel ach ter, dus hielden we rekening  met het feit dat we niet vrijuit konden spreken in huis.

    We hebben met heel wat hier gevestigde Nederlanders een zeer goede band. Het is ook een heel ander slag dan hetgeen zich in Friesland vestigt en daar blijft hangen. Om naar Friesland te verhuizen in 1978 van uit Amster dam is een grote vergissing gebleken.

    Kunstenaar zijn in Amsterdam is een klein ongeluk. In Friesland is het daarentegen een groot ongeluk. Ik ben vervolgd; ik word vervolgd. Bij de Friesche Kultuurkamer slaan ze van schrik een kuitenflikker als ze mijn naam horen. De culturele ambtenaar  drs. H.M. te Leeuwarden verspreidt nog steeds laster over mij hoor ik van verschillende kant en.

     

    Waarom heeft U dan toch geen grotere band met de Amerikaanse literatuur c.q. beeldende kunst, waar toch een heleboel prachtige schrijvers en schilders zijn?

     

    Ten eerste vind ik Amerika een politiek en cultureel zeer onbeschaafd land. En de schrijvers zijn er vaak heel ordi nair: zo'n Hemingway gaat nog, die zorgde zelf voor de oplossing van zijn grootste probleem; hij zette tenminste nog de loop van een geweer in zijn bek en haalde de trekker over.

    Mailer? Mailer helemaal, zeg. Verschrikkelijk!

    Die Mailer, dat is de Amerikaanse Harry Mulisch als lollige zuiplap.

    Alleen nog ordinairder.

    En dan die detectiefjes van James Ellroy, geschreven op het nivo van een negenjarige. Echt helemaal niets. Die man is wereld beroemd met zijn scheve, paranowiede, verongelijkte kop, omdat zijn moeder de kroeghoer uit hing en vermoord is gevonden in een baai.

    Eigenlijk zouden meer moeders zo aan haar einde moeten komen. En zulke boeken worden een internationaal succes. New Yorkers lijken nog het meest op Amsterdammers, daarom zijn we ook eerst uit de hoofdstad weg ge gaan en daarna uit Nederland. In de zestiger jaren had je een nu totaal vergeten Nederlandse schrijver, Jan Cremer, heette hij geloof ik, een Tukker uit Twente die op de Arnhemse academie had gezeten, een boeren jongen die overal onschuldige meisjes zwanger maakte, die imiteerde in zijn eerste boek Kerouac, Henry Miller en Mickey Spillane en schilderde Karel Appel na.

    Stomvervelend.

    Kerouac, ook zoiets. Voor het grootste deel sentimenteel, romanties, patheties geneuzel. Na het verschijnen van On The Road is hij door het onverwachte succes van schrik ten onder gegaan aan drank. Die hele Beat generation. Modieuze nonsens. Gregory Corso, gedrogeerde wartaal, Allen Ginsberg, non powezie, Burroughs een buiten gewoon slecht mens, die zijn vrouw voor de lol dood schoot onder invloed van marihuana omdat hij met zijn  vriendjes Wilhelm Tell na wilde spelen.

    De Beat Scene ?

    Gezeur van een stel ge derangeerde halve en hele drugs verslaafden die zich te buiten gingen aan tegenatuurlijke sexuele praktijken.

    Lees meer >> | 0 Reacties | Reageer | 945 keer bekeken

  • Voorwoord Isis Nedloni 2006 bij bundel verhalen Fred van der Wal

    20 juli 2014

    VOORWOORD ISIS NEDLONI 2006  VOOR NOOIT VERSCHENEN BUNDEL FRED VAN DER WAL

    Niet voor niets wordt charmante en goedgebekte l’enfant terrible beeldend kunstenaar Fred van der Wal geassocieerd met het bruisende, het rauwe sensuele in zijn zeer lustige en poëtische taal werk.

    Veel voorkomende thema’s zijn van sex,humor,spel,verlies,cynisme,tot de rand van mysterie tot aan de rand van de straat.

    Deze thema s bulderen telkens in zijn dynamische werk naar voren.

    Inmiddels is de auteurs persoonlijkheid, naarmate de tijd verstreek en het beeldend proces hem rijpte, ineen vervlochten met zijn doorleefde en doorwoelde kunstenaarschap.

    Met veel eigen spot, relativering en humor, staat Fred in zijn novelle, ‘Kogels, Kunst, Kapitaal, Kerk en Karate’, desnoods in strak kanten broekje over zijn stevige billen geplakt in bh-tje en sjarretels, in het midden van zijn eigen ‘woorden waterval piste’.

    Telkens knalt deze bevlogen auteur zacht met de zweepslag, gevolgd door knallen en zuigt de lezer(es) al buitelend in een opvoerend tempo zijn woorden buldering binnen.

    Zijn geniale fantasie gemixed met autobiografische elementen, brengen mij naar de meest prominente figuren in de oude penoze en diens smokkel en nog meer praktijken.

    Nog niet bijgekomen van het ene hilarisch confronterende moment, volgt het andere, waarbij de auteur geheel authentiek de rode draad weet vast te houden.

    Telkens brengt Fred van der wal, als een beschaafde woord ratelslang (of Mijn TaalBeest) me met subtiele spanning naar het sensuele en rauwe aspect van het leven terug.

    Je voelt het aan de zeer begaafde toon, aan de woordkeuze en het geniale gespeel met de waan zin.

    Ik krijg het er in ieder geval heerlijk warm van en ontstaan er neigingen tot op eten, zo lekker doorbakken en doorleefd schrijft hij.

    Zijn schrijftrant en ritme is zeker vergelijkbaar met de melodramatische melodie van de Napolitaanse opera; Fred lonkt en lokt me met woeste buldering de diepte in en pelt, door zijn compacte en eerlijke woordkeuze, al lezend een dikke schil af.

    Daaronder trilt, likt, schudt, proeft zout, zet vochtige lippen op en vraagt om meer vervlogen rauwe tijden.

    Zijn opeengepakte aansluitende verhalen doen me ook denken aan Jack Pollock, die de chaos met verf ook zo schoon en wild weet te vangen.

    Het innerlijk vuur van Fred van der Wal moet er uit en breekt hij al schrijvend een unieke grote taal la open, die hem wederom tot spetterende volbloed kunstenaar maakt.

    Als dit TaalBeest voor me zit maakt hij een ontspannen warme indruk en kabbelt hij geïnteres seerd met fonkelende ogen in het gesprek mee.

    Al zijn rijke fantasie en levenservaring moeten onzichtbaar in zijn hoofd en hart zijn opgeslagen, want zo in de ontmoeting merk je gelukkig weinig van het eens soms neurotische rijke decadente randleven waar Fred vroeger terecht continue tegenaan bleef duwen. Hij heeft de sfeer weten op te slurpen en een realistische beeldvorm kunnen scheppen. Want als iets moeilijk is, dan is het het overbrengen van de ongrijpbare oude penoze en ‘kunstenaarskringen’ structuur, die zeker zichtbaar in ‘Kogels en karate’ flamboyant aanwezig zijn en als blinkend goud herboren lijken.

    Wat nu fictief of autobiografisch is, doet niet ter zake. De snelle woorden stroom en prettige voort kabbelende associaties, pakken me beet in een vergelijkbaar Bukowski effect en wil ik telkens meer.

    Het is me een waargenoegen kennis te mogen nemen van je werk, je te ontmoeten en een voorwoord voor je te mogen schrijven.

     

    Alle goeds Isis Nedloni

    Lees meer >> | 0 Reacties | Reageer | 887 keer bekeken

  • Hij wilde in 1978 een boek over mij schrijven

    20 juli 2014

    FRED VAN DER WAL : KUNSTHISTORICI  SCHRIJVEN HET LIEFST OVER DODE KUNSTENAARS, DIE KUNNEN TENMINSTE NIET TEGEN SPREKEN

     

    Jammer genoeg voor de kunstkrietiesie, de fijngriffermeerde collegaatjes en de kunsthistorici ben ik nog steeds niet dood, want dooie kunstenaars zijn de populairste kunstenaars. Ik ben ook niet van plan dood te gaan binnen afzien bare tijd, dat heb ik onlangs nog de Grote Muze beloofd aan de voet van een beeld van Rodin te Z. onlangs nog en wel van aan gezicht tot aangezicht. Beste lezer, misschien kunt U nog even wachten met het zwaaien van de graf takken…

    Een zekere meneer K.  heeft in de zeventiger jaren van de vorige eeuw een boek over mij willen schrijven (een ex-leraar met zes M.O. aktes die nu al lang is overleden) en dat was net in de tijd dat ik al herhaaldelijk zei dat ik het mo dewoord 'evaluatie' zo verschrikkelijk vond - het wordt nu gelukkig een beetje minder gebruikt door het luizige, plui zige geitenharenwollensokkenvolkje. Die meneer wilde een dik boek over mijn werk schrijven, een turf van een boek waarin op iedere bladzijde iets uit mijn werk of leven krities werd geëvalueerd en gotbetert Freudiaans geinterpre teerd, naar de eigenlijk al lang achterhaalde mode van die tijd, apekool waar ik toen al fel op tegen was en dat zei ik hem ook, maar dat wimpelde hij af. Ik heb hem met moeite van zijn idee kunnen af brengen. Ik zei hem dat ik het een belachelijk idee vond en er niet aan mee zou werken. Mijn argument dat ik als enige opleiding de lagere school heb gevolgd waar ik maar liefst twaalf jaar over deed, omdat ik alles grondig doe, daar is hij uiteindelijk toch voor terug geschrok ken. Hij geloofde heilig dat ik helemaal geen hbo opleiding had gevolgd en zag af van zijn voor ne men. Dan is het toch wel duidelijk dat ik tegen de keien sta te preken. Een biografie is hetzelfde als een grafsteen.

    Ik heb niet alleen die uitgave heel beslist afgewimpeld, maar meerdere, net zoals ik de kunsthistoricus Dr. G. B. van harte bedankte in 1983 om een artikel over mijn werk voor het Stedelijk Museumjournaal te schrijven want daarvoor vond ik het veel te vroeg. Hij ontkent nu overigens dat aanbod te hebben ge daan en dat is weer heel tieperend voor een gereformeerde glimpieper als die gereformeerde hangjurk B.

    In 2003 vroeg ik hem een voorwoord te schrijven bij een catalogus van mijn surrealistische werk 1964-1984, dat nauwelijks is geexposeerd, maar daar voelde hij helemaal niets voor, want kunst historici varen graag op veilig, die schrijven nog het liefst over dode kunstenaars, die kunnen tenminste niet tegen spreken.

    Ik weet ook heel zeker dat hij door gefrustreerde vrijgemaakt gereformeerden als de de latent homosexuele Groning er van S. en de van zijn gereformeerde geloof afgevallen gefrustreerde tekenleraar M., de poepkliederaar uit Kam pen, die zo graag in het geheim poep- en piessex porno boekies verzamelde en de tekenleraar J. uit Groningen tegen mij opgehitst is.

    Het was daarom niet alleen maar prettig om in Frankrijk te zitten, soms voelde ik mij de laatste jaren zeer ontmoe digd en heel erg gedeprimeerd in het bekrompen, calvinistische Nederland tussen dat artistieke griffermeerde luize troepie van Christian Artists en Art Revisited. Die vechtcultuur in het vaderlandse artiestenplantsoen heeft mij nooit gelegen. Ik hoef niet de prima donna te zijn of mijzelf in het centrum van de belangstelling te plaatsen, daar ben ik niet ijdel genoeg voor.

     

    Ik had ook lang last van astmatiese klachten en chronische bronchitis, die zo ernstig waren dat in 1988 een zieken huis speod opname noodzakelijk bleek, anders had ik hier nu niet meer gezeten, ik ben bijna gestikt, kreeg zelfs enige tijd last van evenwichts- en hartritme stoornissen en dat is hier voorgoed voor bij.

    De lucht in de Bourgogne is de zuiverste van Europa en anders is daar wel de afwezigheid van arrogante, over  gesub sidieerde Nederlandse collegaatjes en tot 2001 mijn Pulmicort inhalator waar ik reuze baat bij had, maar dat is nu llemaal voorbij.

    Amsterdam vond ik altijd al erg provinciaal, vergeleken bij Parijs of Londen.

     

    Dat programma van Bernard Pivot, dat proberen sommige mensen in Nederland te imiteren, maar die hebben hele maal niet die woordenstroom op niveau, de parate kennis, een grapje hier en daar, one liners bij de vleet, gelardeerd met wise cracks, rond te strooien als pepernoten door de goede Sint.

    Die man (B.P.) heeft die boeken echt bestudeerd, die las toch vier, vijf boeken in één week en bij saillante passages legde hij papiertjes. Dat hebben we in Nederland niet. Ze zitten hier maar wat uit hun vette nek te kleppen en te leu teren over de Da Vincicode of andere onzin. Of ze laten de mensen even voelen: ach, we hebben het hier even over Nederlandse literatuur c.q. beeldende kunst, maar ik heb natuurlijk veel meer verstand van de Amerikaanse, Poolse, Tsjechische, Zuid-Afrikaanse, Russische, Chinese of de Engelse kunst en literatuur, zoals dat bekakt sprekende bisex uele NRC fatje Adriaan van Dis. Dat is in kranten ook zo. Als een Nederlander iets citeert, dan citeert hij iedereen be halve een andere Nederlander, want hij is bang voor provinciaal aangezien te worden.

    Nederland is een tiepies transito land met de daarbij behorende mentaliteit, een land dat het achterland naar de mond praat, een nepotistiese oligarchie met een democratiese facade.

    Neem nou het uit Amerika overgewaaide afgrijselijke verschijnsel van de stand up comedian. Ik vind het walgelijk. Iedere platte mislukte ko miek denkt in Nederland een Lenny Bruce te zijn. Als ik een cabere tier hoor raaskallen over koningin Beatrix die anaal geneukt wordt door meneer de potsenmaker zelf op het toneel en door zijn naar binnen gestompte keiharde dikke cabaretlul een bebloed poepertje er aan over houdt, dan bekruipt mij een gevoel van ergernis. Ik vind het geen majesteitsschennis, hoor, daar ben ik teveel repu blikein voor. Ik vind het hele maal niks. Zouteloos. Ik zou ‘m graag eens op zijn bek slaan. Ik vind ondanks mijn grote aversie tegen art. 31 aanhangers de vrijgemaakt gereformeerde kerk Hans Werkman trouwens de meest lezenswaardige literatuur kritikus in Neder land.

    Lees meer >> | 0 Reacties | Reageer | 904 keer bekeken

  • Meer blogs >>