• Intervjoe: Met Fred van der Wal aan tafel

    20 juli 2014

    Met Fred van der Wal aan tafel in de uitzending van ‘De Literatuerfabryk’

     

    Geplaatst op 05-04-2007 20:17 door fred van der wal in categorie literatuur - Bewerk dit bericht

    Met Fred van der Wal aan tafel in de uitzending van ‘De Literatuerfabryk’ Mous: wat gezegd moet worden moet gezegd worden

     

    24 maart 2007

     

    (tekst: kunsthistoricus Huub Mous op zijn weblog: www.huubmous.nl )

     

    Gisteravond zat ik opeens met Fred van der Wal aan tafel in de uitzending van ‘De Literatuerfabryk’ in boekhandel De Tille in Leeuwarden. Het was de bedoeling dat ik hem zou interviewen. Dat had ik vooraf niet zo begrepen. Ik had gedacht dat we samen geïnterviewd zouden worden. Wat doe je dan in zo’n situatie? Je denkt: ‘God zegen de greep.’

     

    Fred van der Wal is een omstreden figuur in Friesland. Tegenwoordig woont hij in Frankrijk, in een soort kasteel tje, zo’n 50 kilometer van Nevers. Al heel lang schrijft hij op zijn weblog hele nare ding en over mij. Niet dat ik daar last van heb, maar er zijn soms mensen in mijn omge ving die me daarop wijzen. Weet je wel wat hij allemaal over je zegt? Ja dat weet ik. Ik ken Fred langer dan van daag. Hij beoefent de publieke tirade al decennia lang en speelt daarbij rechtstreeks op de man door iemand openlijk aan te vallen of in een kwalijk daglicht te zetten.

     

    Dat doet hij niet alleen met mij, maar met allerlei mensen in Friesland. Soms word ik wel eens gebeld door iemand, die me vraagt: ‘Wie is die Fred van der Wal?’. Dan voelt die gene zich gekwetst of zelfs bedreigd door wat Fred allemaal beweert. Ik probeer dan meestal wat geruststellende woorden te vin den zoals: ‘blaffende honden bijten niet’ of ‘woor den doen geen pijn’. Maar dat komt niet altijd goed over.

     

    Fred van der Wal kan mensen soms heel diep raken. Hij vindt dat hij daar recht op heeft, omdat hem veel onrecht is aan gedaan. Mijn eerste vraag aan hem was dan ook: ‘Waarom ben jij vaak zo boos op mensen? Weet je wel wat je allemaal met je woorden teweeg brengt?’ ’Hoezo?’, vroeg Fred en hij toon de zich oprecht verbaasd. Wat hierop volgde was een nogal verwarrend gesprek, waarin ik probeerde te achterhalen waarom hij zich zo gedraagt.

     

    De oorzaak ligt - geloof ik - deels in een conflict, dat zich in 1985 heeft afgespeeld tussen een groep Friese kuns tenaars enerzijds en de Provincie Fryslân en de Fryske Kultuerried anderzijds. Er werden in die tijd door de Pro vincie in no time veel kunstwerken aangekocht, waarbij veel zogeheten ‘vrije kunstenaars’ zich benadeeld voelden, omdat zij meenden dat kunstenaars die ‘in de BKR zaten’ wer den bevoordeeld. Ook werd er werk van parters van leden van de adviescommissie aangekocht en zelfs van een lid van die commissie.

     

    Daar zijn veel Friese kunstenaars toen heel boos over gewor den en dat leidde tot een grote rel die zelfs de landelijke pers heeft gehaald. Fred van der Wal en ik kwamen in dat conflict diametraal tegenover elkaar te staan. Daarnaast voelde hij zich door meer mensen tegen ge werkt, niet al leen door sommige collega-kunstenaars maar ook door kunst critici van de Leeuwarder Courant.

     

    Fred werd het slachtoffer van ostracisme. Dat is een proce dure van collectieve uitsluiting. Deze term stamt uit het oude Griekenlad, toen mensen die teveel macht kregen door middel van een ’scherven recht’ voor tien jaar uit de gemeenschap van Athene werden verbannen. Ostracisme bestaat ook nog in onze tijd. Zo werden bewoners van een concentra tiekamp soms door hun medekampbewoners collectief uitge stoten, omdat ze brood van een ander hadden gestolen. Ook in de politiek kan ostracisme nog voor komen, bij Pim For tuin bijvoorbeeld of Geert Wilders. Het fenomeen kan zich in een werk situa tie of een gezin voordoen. En soms in een grote gemeenschap als er een collectief orgaan is dat een monopolie heeft en dat uit naam van de gemeenschap iemand in de ban doet.

     

    In Friesland heeft de Leeuwarder Courant een dergelijke machtspositie. Als men daar bepaalt dat iemand niet meer in de krant komt, dan komt hij of zij niet meer in de krant. Fred van der Wal had destijds een galerie in Garijp. Maar toen hij merkte dat hij in bepaalde kringen werd uitgesto ten, werden zijn tentoonstellingen ook niet meer besproken in de Leeuwarder Courant. Ik heb zijn verhaal aangehoord. Ik kan niet checken of het klopt, maar het kwam me wel ge loofwaardig voor.

     

    In Friesland komen dergelijke processen nog steeds voor. Laats hoorde ik iemand, die in een bestuur van een belang rijke Friese organisatie zit, iets zeggen over een mede bestuurslid die na een ruzie was opgestapt: ‘Die komt in Friesland nooit meer aan de bak.’ In deze provincie bestaan er nogal wat ondergrondse structuren die het reali seren van zo’n dreigement daadwerkelijk mogelijk ma ken. Het over lappen van twee collectieve geloofsystemen (bij voorbeeld een politieke overtuiging en Fries chauvinis me) maakt ostracisme makkelijk uitvoerbaar. Bovendien is in Friesland politieke macht vaak met publicitaire macht ver weven op een wijze die voor weinig mensen inzichtelijk is.

     

    Ostracisme is een soort onhoorbare collectieve tam tam. Je ziet het niet, je hoort het niet, maar wie het slachtoffer wordt van dit magisch ritueel komt opeens nergens meer aan de bak. Dit soort tribale me chanismen zijn zo oud als we reld en komen overal voor. Toch blijf ik van mening dat de condities voor dit kwalijke fenomeen in Friesland sterk er aanwezig zijn dan elders. Het is hier van oudsher een sterk corporatieve samenleving. ‘Met zijn allen en voor zijn allen’. En o wee als je jezelf te ver buiten de roedel begeeft, dan hoor je er opeens niet meer bij.

     

    Dat wil niet zeggen dat ik Fred van der Wal een lieve jong en vind en ik alles goedkeur wat hij schrijft. Ik vind dat hij in veel opzichten te ver gaat met zijn woorden. Na het gesprek met hem vroeg ik me af of er wel objectieve crite ria bestaan voor wat je allemaal over andere mensen mag zeggen en schrij ven. Waar gaat een tirade over in een doel bewuste belediging of zelfs smaad? We hebben in Nederland nog altijd de rechter die hierover beslist, maar dat wil niet zeggen dat er geen ongeschreven morele regels bestaan die voor jezelf helder moeten zijn.

     

    Later op de avond in De Bres werd ik door iemand aangespro ken - haar naam doet er even niet toe - die kennelijk mijn weblog volgt. Ze vroeg of ik me wel eens afvraag of ik niet te ver ga met wat ik allemaal over andere mensen schrijf. Ik dacht even na en zei: ‘Jawel, maar dan schrijf ik het toch, want dan weet ik dat het goed is. Als je maar eerlijk bent en schrijft wat je ook recht in iemands gezicht zou zeggen.” Het klinkt misschien hard, maar ik geloof wel het zo zit .Wat gezegd moet worden, moet gezegd worden. Zeker in Friesland, waar de sfeer van ‘ons kent ons’ nog altijd niet van de lucht is. Een benauwde sfeer is dat, die niet zelden leidt tot een verwerpelijke vorm van ostracisme.

     

    Foto: Henk van der Veer

    Lees meer >> | 0 Reacties | Reageer | 604 keer bekeken

  • Hollandse kunstenaars in de Bourgogne

    20 juli 2014

    HOLLANDSE KUNSTENAARS IN DE BOUR GOGNE, DOORGAANS  KLEINE SCHARRE LAARS MET VEEL PRETENTIES

    Onlangs ontmoette ik op een Brocante weer eens een Hollandse beeldende kunstenaar. Meestal belooft dat niet veel en ook deze keer kwamen mijn op eerdere ervaringen gebaseerde verwachting uit.

    Een klein, vroeg kalend, druk doend, gezet heerschap van het pyknische tiepe met, zoals gangbaar onder hier gevestigde kunstartiesten, een grote mond waarvan het volume omgekeerd even redig is met zijn talent.

    Een paar jaar geleden bezocht hij mijn eenmans tentoonstelling in La Chapelle St. André met zijn onbenullig ogende echtgenote, die een klassieke parelketting om haar nek droeg.

    Zij waren bevriend met het edele kunstenaarsechtpaar B. uit Créantay die me indertijd bezworen hadden om in de Niévre wonende Hollanders tegen mij op te zetten, omdat fotograaf B. mijn werk betitelde als “het meest verschrikkelijke dat hij ooit gezien had” en verkondigde “geen concurrentie” te dulden op zijn grondgebied .

    Hij was een echte expert.

    En B. kon het weten wat ‘verschrikkelijke kunst’ betrof, want hij schreef tot 1996 vrijblijvende niet ter zake doende inhoudelijk niets zeggende kunstkritiekjes in Elseviers Magazine, een flutblaadje dat onder Ferry Hoogendijk rechtser was dan de Telegraaf. In 1996 veranderde Elseviers Magazine in een serieus blad naar model van  ‘Der Spiegel’ en een lichtgewicht als B. vloog de laan uit.

    Ik kwam het Hollandse artistieke dikkerdje A. enkele malen tegen. Hij is bevriend met een Engels echtpaar, twee talentvolle kunstenaars uit Clamecy en vond het op vermakelijk wijze bezwaarlijk dat ik daar regelmatig op prettige wijze contact mee had voor zo lang als het duurde.

    Geen probleem want ik denk altijd wat het intermenselijk contact betreft; het is leuk of het is niet leuk en is het niet leuk dan stem ik met mijn voeten.

    Nu mag iedereen zich uiteraard beeldend kunstenaar noemen met als gevolg twintig duizend dames en heren die zich met hun creatieve buurthuis hobby bezig houden, net als ons creatieve dikkerdje.

    Soms kom je zulke olijkerds zelfs in Noord-Friesland tegen, belegen jongens en meisjes gekleed in kleurige lappen met oppervlakkige, achterhaalde hippie filosofieën over het boeddhisme.

    “Gaja godin moeder aarde”, “God als vrouw” , het “lesbischmarxistieslenenistiestrotzkisties feminisme” doorgaans gekoppeld aan een seksjuwele vrijgevochten levenstijl zoals gang baar in de los geslagen provincie Nederland.

    Deze ambiance heeft een grote aantrekkings kracht op journalisten van een laag allooi en betreft een wir war van totaal uiteenlopende werelden met maar één kenmerk; gebrek aan kwaliteit, gemaskeerd door heel veel praatjes.

    Een klein aantal van deze woudl be kunstenaars hoopt op een bestaan als arrivé in het circuit van overheidssubsidies in de vorm van: reisbeurzen, werkbeurzen, projectbeurzen, expositie subsidies en zullen weinig moeite doen om een kring van particuliere kopers en geïnteres seerden te vinden.

    Zij maken bij voorkeur werk dat imitatie is van de grote internationale voorbeelden, want Hollandse kunstenaars zijn de Japanners van Europa; groot in namaak, klein in visie.

    Kunst en beeldende kunstenaars in het bijzonder is geen officieel erkende categorie mede landers en een diploma Rietveld academie garandeert niets en is niet meer waard dan het papier waar het op gedrukt is.

    Dikkerdje A. maakt schilderijen die een slechte imitatie zijn van het abstract expresssionisme met een vleugje Picasso. Het doet denken aan de commerciële inhoudsloze doeken van Cor neille en zijn commerciële kornuiten.

    Ik ging de cv van onze artistieke vroeg kalende dikzak A. eens na. Rietveld academie afdeling grafisch ontwerpen en architectuur.

    De Rietveld academie kent een richting  ‘Architectonisch Ontwerp’, maar leidt niet op tot archi tect, zoals de dikbuikige A. in zijn opgepimpte CV zich meent te moeten afficheren. Als ik zijn slechte schilderijen zie, die in elk opzicht falen,wat compositie, persoonlijke visie, en materiaal gebruik betreft vrees ik het ergste wat zijn grafische èn architectonische vaaardigheden betreffen. Een huis dat dezze meneer ontwerpt zal geen lang leven beschoren zijn.

    Na zijn kunstacademie periode werkte A. op de teken afdeling van een niet nader genoemd architecten buro om na vier jaar te vertrekken met een zeilboot om als romanticus de echte wereld eens als kunstenaar duchtig te gaan verkennen.

    Ook hier kwam snel een eind aan.

    De wereld bleek een maatje te groot voor de kunstartiest, die besloot een pension te gaan beginnen in de Bourgogne.

    Geen bijster origineel idee want velen gingen hem voor.

     

    Lees meer >> | 2 Reacties | Reageer | 624 keer bekeken

  • De moffies schreeuwende galeriehoudster (deel 1)

    20 juli 2014

    DE MOFFIES SCHREEUWENDE GALERIEHOUDSTER D.B.

    Dieuwke Bakker verongelukt bij een mysterieus auto ongeluk dat nooit zal worden opgelost.In het NRC-Handelsblad 6-5-1977 beweerde Dieuwke Bakker in een interview met een weinig kritiese Philip Peters dat van het begrip “De Stal Van galerie Mokum” het woord “stal” als uitdrukking voor het kunstenaarsbestand van een galerie een uitvinding is van Dieuwke Bakker of van een kennisje van haar, dat wist ze niet zeker meer. De uitdrukking “stal van een galerie” daarmede refererende aan een beestenboel, dateert echter uit de negentiende eeuw. In hetzelfde weinig informa tieve artikel, waarin Peters uitmunt in een gebrek aan kritiek op haar gedebiteerde nonsens, claimt ze de term “Nieuw Realisme” als haar eigen verzinsel, net zoals ze tegenover mij zo vaak beweer de dat de term “Nieuwe Figuratie” haar uitvinding was.

    Het begrip “Nieuw Realisme” hetzij “Neo Realisme” (later vervangen door het in de sixties veel vuldig gebezigde “New Fig”) hanteerde de kunst kritiek al ver voor de tweede wereldoorlog toen me juffrouw Dieuwke Bakker nog niet was geboren.

    De opmerkingen van Dieuwke Bakker over het hyperrealisme c.q superrealisme zijn zo onnozel dat het onnodig is om hier verder op in te gaan.

    In verband met een gesprek over het beleid van Galerie Mokum dat ik in 1971 met drs. Jan van Geest voerde merkte hij heel juist op dat kunsthandel je reinste oplichterij was. Het leidde tot een verwijde ring tussen Dieuwke Bakker en bovengenoemde doctorandus.

    In mijn dertigjarige kunstenaarsschap is het mij voornamelijk opgevallen dat door de galerist `of de kunstenaar wordt opgelicht `of de kunstkoper.

    Meestal beiden.

    Het esoteries geleuter van Dieuwke Bakker in het artikel van Peters over de “ vierde dimensie” die ze zou hebben ontdekt in het werk van haar schilders zal ik maar helemaal buiten beschouwing laten als niet relevant voor een kunstkritiese benadering van haar zakelijke en kunstzinnige aktiviteiten.

    Geldwolf Dieuwke Bakker noemt de tiepiese “Mokumkunst” (aanvankelijk schilderijtjes op gordijn ring formaat van poppenmoedertjes of viswijf met mandje eieren op schoot waar Teun Nijkamp een vertegenwoordiger van was. Teun Nijkamp had negen jaar psycho analyse achter de rug en nog steeds last van gekte) helemaal geen fi nanciële, maar een “psychiese investering” is. De schilderijen van “haar jongens” werden dan ook steeds duurder.

    Ze vergat in interviews erbij te vermelden dat de klant voor deze “psychiese investering” veel geld op tafel moet leggen en het nog heel onzeker is of hij er ooit iets aan rendement uit krijgt. Fervent kunstkoper Sjouk Stigter klaagde jaren geleden tegenover mij over het gebrek aan enig rendement van de door hem aangeschafte Mokum kunst. Sjouk was trouwens een van de tegenstanders van mijn werk binnen de galerie.

    In 1976 kwam Dieuwke Bakker op mijn tentoonstelling in galerie Bouma in Amsterdam. Dieuwke was nogal geagiteerd door het feit dat ik een drie delig pak droeg, antracietgrijs met een krijt streepje, een zwarte paraplu en een bolhoed. Kleding waarmee veel figuren op de schilderijen van Magrritte waren uitgedost. Het was de tijd dat al dat artistiek uit zijn ogen kijkende kontraprestatie schorriemorrie in blauw spijkergoed rond liep naar voor beeld van Jan Cremer. Nou, daar ben ik vanzelf sprekend al veel te sjiek voor. Mathilde Willink was ook op mijn opening en gedroeg zich zeer onwelgevoegelijk door haar rok voor mij open te slaan en haar poes aan mij te tonen want ze droeg geen slipje. Ik houd al helemaal niet van zulke plat vloerse aanhankelijkheidsbetuigingen, dus ik keer de mij zonder iets te zeggen om en weigerde haar verder te woord te staan. Bovendien heeft half hip Amsterdam de poes van Mathilde Willink in al haar glorie mogen aanschouwen. Ik vind vrouwen erg leuk, zo lang ze het bloesje en rokje aan houden want om gelijk in hullie zullie heur intiem te treden gaat mij te ver.

    De volgens niet nader te noemen bronnen uit Kennemerland lustige eigenaresse van de Galerie in de Runstraat Els Bouma nodigde de deelnemende kunstenaars aan de tentoonstelling en enkele andere aanwezigen uit om te gaan eten, maar ze maakte duidelijk dat het niet de bedoeling was dat Ina en ik mee gingen.

    ‘Moeten jullie soms ook mee?’snauwde ze. Ik bedankte voor de eer.

    We zijn toen naar het huis van Dieuwke Bakker aan de Bloemgracht gegaan en zo werd het toch nog gezellig, want Dieuwke was een gulle gastvrouw en een leeuwin als het aankwam op het verdedigen van haar schilders, eigenschappen die ik toen niet ten volle waardeerde.

    (wordt vervolgd)

    Lees meer >> | 0 Reacties | Reageer | 705 keer bekeken

  • De moffies schreeuwende galeriehoudster (deel 2)

    20 juli 2014

    DE MOFFIES SCHREEUWENDE GALERIEHOUDSTER D.B. (DEEL 2)

     

    Het is een lang volgehouden mythe door Dieuwke Bakker dat zij vanaf de eerste dag dat zij haar Galerie Mokum aan de Amstel 186 te Amsterdam opende op het zelfde moment  voor de nieuwe lichting realistiese schilders koos.

    Het eerst jaar stelde zij werk van abstrakte schilders tentoon o.a. het priegelwerk van mijn ex-klasge noot van het christelijk lyceum te Amsterdam, de slordig levende, uit een jeugd instelling ontsnapte Thommy Gerardsz, die jammerlijk omkwam door een zelfmoordpoging.

    Ik hoorde in 1974 van zijn jeugdvriendinnetje Elsje S. dat hij op elk feestje van Leidse Pleiners wel zijn kop in een gasoven stak om aandacht te trekken ter verhoging van de feestvreugde en zijn eigen aanzien.

    Zijn ouders waren vergast in Auschwitz, hij was blijven zitten in de tweede klas van het Christelijk Lyceum te Amsterdam, in het drugs milieu van het leidse plein verzeild geraakt en zo zien we weer eens hoe de ene mislukking onvermijdelijk de andere opvolgt.

     

    In Vrij Nederland van 7 juli 1984 noemt Henk Romijn Meijer zichzelf de oudste en trouwste klant van Galerie Mokum.

    Merkwaardig genoeg zag ik Henk Kletsmeier tussen 1964 en 1972 en 1974 tot 1978 slechts drie keer totaal in de galerie. Hij muntte uit in stil zwijgen.

    Soms ging hij tijdens een tentoonstellingopening met een klein bloknootje naar het toilet om iets te noteren. Ik hoorde later dat hij de conversatie tussen de kunstenaars afluisterde om die te gebruiken voor zijn flutboekje ‘Lieve Zuster Ursula’ waarin hij Galerie Mokum en in het bijzonder de contraprestatie trekker/...

    Lees meer >> | 0 Reacties | Reageer | 652 keer bekeken

  • Een moffies schreeuwende galeriehoudster (deel 3)

    20 juli 2014

    DE MOFFIES SCHREEUWENDE GALERIE HOUDSTER D.B. (DEEL 3)

    Tussen 1968 en begin jaren zeventig zat Dieuwke Bakker ieder jaar in de periode dat de blaadjes gingen vallen in een psychiatriese inrrichting. De eerste keer was tijdens een groepstentoonstelling in 1968 waar ik aan mee deed.

    Als Dieuwke afwezig was werd er totaal niets verkocht.

    Haar vennoot, de op het eerste gezicht charmante ex-paracommando Michael Podulke zat de hele dag te zuipen en dat stootte klanten af.

    De tweede keer was mei 1969 toen ik mijn eerste en enige eenmanstentoonstelling in de galerie had. Wederom: Dieuwke niet aanwezig, niets verkocht. Galerie stond op de rand van een faillissement.

    Dieuwke had mischien een grote bek, een onaangenaam karakter en weinig kennis van kunsthistorie en al helemaal weinig oog voor kwaliteitskunst zoals mijn werk; verkopen kon ze als de beste. Na 1970 werd de galerie een verkooppunt voor de kitsch 17-e eeuw namaak schilderijen van Henk Helmantel, op fotos gelijkende schilderijen van potjes, pannetjes, besjes, kastanjes, kerk interiuers.

    De opvolger van Dieuwke Bakker, Rutger Brandt zette de lijn van potjes en pannetjes schilders verder door.

     

    In 1968 poogde Dieuwke Bakker de Engelse kunsthandelaar Jimmy Macmullen het hof te maken.Hij was een notoire homoseksueel en stuurde na haar talloze schriftelijke avances een kaartje met de tekst:”Dieuwke, Please send no more cards!”

    Najaar 1968 kwam de volgvereten fatso Macmullen nog een keer naar Galerie Mokum en vroeg of ik zin had om de nacht door te brengen in het Amstelhotel in zijn bed.

    Daar had ik dus geen zin in.

    “Within a few weeks I’m gonna get married!” zei ik beledigd tegen hem.

    “ Ooh, that does not matter! That’s your problem! I know you would enjoy it to be fucked in your ass all night long!” zei hij tegen mij.

    Zijn lul zou 24 cm. lang zijn hield hij vol. Ik felicicteerde hem er nog wel even mee.

    Het gesprek hield daar mee op, want ik liep weg. In one night stands heb ik nooit wat gezien.

    Michael Podulke vroeg me waarom ik niet in ging op de wens van de Engelse homoseksjuweel.

    “ Omdat ik hem niet alleen weerzinwekkend vindt maar ook geen homoseksjuweel ben! Daarom niet! En een dronken homoseksjuweel is helemaal een remedie tegen de gelijkslachtelijke omgang! Als hij ’t anders aangepakt had was ik ook niet met ‘m mee gegaan!”

    “Dat geeft niets. Je zou het altijd eens kunnen proberen! Zo erg is het niet! Misschien houd je er wel een tentoonstelling aan over in de Obelisk Gallery in Londen,” zei Michael, die van alle sexuele markten thuis was en als paracommando in de tweede wereldoorlog gedropt was op de Filippijnen en met zijn maten soms een geit neukte.

    “ Ik ben niet te koop zoals Teun Nijkamp, Michael, dat zou je zo langzamerhand toch moeten weten!” zei ik kortaf.

    Juni 1969 reed ik met de latere Meester vervalser GeertJan Jansen, Chris van Geest en de stomdronken Jimmy Macmullen het hele land rond in de Jaguar van Chris. Jimmy poogde mij al gauw in mijn kruis te grijpen en mompelde iets van “Gorgeous” tegen me en wilde me recht op de bek pakken. Ik weerde de avances lachend af en vroeg of ik voor in naast de bestuurder kon zitten. Aan GeertJan vroeg ik wat Gorgeous betekende.

    “ Zoiets als lekker stuk!” grinnikte GeertJan, die in seksjuweel ozpicht van alle markten thuis leek en volgens de paranoiede Dieuwke met Jimmy neukte. Laat in de avond reden we naar verzamelaar Pijnenburg die aan kwam zetten met een grote houten doos sigaren die hij met een leren riem om zijn hals had hangen alsof hij een serveerster in de bioscoop was. Het kostte me moeite om niet te gaan lachen.

    In zijn museale privé ruimte hingen dure Cobra schilderijen.

    We reden nog even langs het ouderlijk huis van GeertJan, onder architektuur gebouwd door Oud, een tijdgenoot van Rietveld. Voor de zekerheid ging ik op de terug voor in de auto zitten. Een beschonken Jimmy viel achter in de wagen in slaap, zijn hand in eigen kruis. Ik liet ‘m maar begaan. Ik ben nu eenmaal in seksjuweel opzicht erg tolerant maar wil beslist geen polonaise aan mijn lijf. Vroeg in de volgende ochtend was ik weer thuis.

     

    Sept. 2005 nam ik deel aan de herinneringstemtoonstelling ter ere van Dieuwke Bakker. Mijn tekening was verkocht voor vijftienhonderd euro tijdens de opening en bestemd voor de Dieuwke Bakker collectie. Een record opbengst voor een tekening van mijn hand. Het was er zo druk tiidens de opening dat het eerste uur onmogelijk was de galerie in te komen. Ik zag de collega schilders die ik 35 jaar geleden voor het laatst gezien had. Well to do zestigers met wit haar.

    Enkelen van de oorspronke lijke Mokum groep schilders was al jaren dood.

    De weduwe van Wout Muller weigerde mij te groeten. De reden is mij onbekend. De galeriehouder besteeddde geen enkele aandacht aan de exposanten. De goedkoop uitgevoerde invitatiekaarten waren te laat aan de kunstenaars over handigd. Namen van de deelnemende kunstenaars werden niet vermeld op de invitatiekaarten. Een persconferentie was de organisatie vergeten te organiseren. Met veel moeite kon ik na twee uur een glaasje goedkope, zure openingswijn veroveren.

    Ik dronk de wijn op samen met Rini S., echtgenote van de kunstverzamelaar Sjouk Stigter. We stond ebuiten de galerie en leundne tegen de smeedijzeren reling van de brug. De lege glazen gooiden we in de gracht. Haar echtgenoot was zwaar ziek en ze moest om vier uur al weer terug naar huis om hem te verzorgen.

    In de after party sprak ik Tobias Baanders en Kik Zeiler. Ik ging vroeg naar huis.

     

    Lees meer >> | 0 Reacties | Reageer | 646 keer bekeken

  • Kulturele overdenkingen van een simpele ziel

    20 juli 2014

    “De machtige schijngestaltes geperst in scherp gesneden maat kostuums “

    juli 20, 2014

    “De machtige schijngestaltes geperst in scherp gesneden kostuums “

    De machtige schijngestaltes geperst in scherp gesneden kostuums van Armani. De snub nose revolvers in de oksel holsters nog na rokend.

    Ondertussen zagen we door de Barretje Hilton-ramen dat de lucht blauw is en de zon schijnt. De smokin’gun op tafel. Ik verveelde me.
    Hoe was de rit ook weer?
    Kom mee naar buiten allemaal, daar klinkt de wielewielewaal op moderne en toch eigentijdse wijze voor fundamentalisten verklaard en wel kristalhelder via de CD speler in Freds auto die voortdurend die gevoelige reli EO prachtsongs van Elly en Rikkert Zuiderveld in fijn gristelijke Halleluja toonzetting uit braakt tot je er wee van wordt- een wagen sneller dan een BMW – met automatische ramen en air conditioning.
    Na een paar long drinks besluiten we af te zakken naar een buiten, niet ver van Amsterdam. De stad is immers verworden tot een open gaskamer. Auschwitz Revisited. Chem Trails. Modern samen leven. Je kunt het zo gek niet bedenken.

    Een uitspanning langs de Amstel waar Amsterdam nog het meest op het Bronsgroen klop klop klop eikenhout van Oisterwijkse meubelen lijkt en praten heel ontspannen verder.
    Sinds enkele weken drinkt onze ras artiest geen druppel meer maar ook niet minder. De Havanas zijn ook taboe voor onze raskunstenaar.
    Hij haalde z’n dochters van school en gaf ze zelf les, omdat hij het niet eens was met de manier van onderwijs geven, maar wel een onderwijs akte heeft. Verpleegde z’n onhoudbare geesteszieke moeder net iets te lang als haar mantelverzorger ( d’r totaal versleten bontjas viel toch al van ellende van het knaapje en een mantel had ze al helemaal niet meer nodig om voor te zorgen want van d’r bed was ze al lang niet meer af te rotten) vier jaar lang toen zij amechtig terneder lag, eenzijdig verlamd, beroofd van haar spraak, maar was niet te beroerd haar even goed een zachte dood te bezorgen door een hoofdkussen hardhandig op d’r kop te drukken na een paar theelepels rattenkruit in d’r glaasje kummel, zak over de kop lost alles op, terechte straf van omhoog, want zich klem zuipen, mijn Godt, dat konden ze, die oorlogsgeneratie van gefingeerde, klunzige ex-verzetstrijders, Oranjeklanten, asociale dronken lappen en beroepshoereerders waren het, die in leven werden gehouden door een ruime toelage van Stichting 1940-1945 waar ze bij nader inzien zo van NSB kindertjes houden om hun intantie in leven te houden! De derde oorlogsgeneratie problematiek. De huilie huilie (aan) klaag cultuur. Breek me de bek niet open!
    Ik heb een vuist dik dossier hier liggen over enkele niet nader te noemen schandalige personen.

    Toog onlangs nog persoonlijk naar het Ministerie van Justitie om inzicht in m’n ellenlange strafblad met TBR veroordelingen op te eisen in het kader van de nieuwe openheid ten gevolge van al dat moderne gedoe met kleine meisjes en de wet op de privacy (het werd hem uiteindelijk getoond in aanwezigheid van twee breed geschouderde gentlemen van de BVD met dubbele namen, een license to kill op zak, smetteloos witte paleis sokken, om de stieren nek à la Pim Fortuyn dubbel geknoopte zijden dassen de machtige schijngestaltes geperst in scherp gesneden kostuums van Armani.
    De snub nose revolvers veroorzaakte een bobbel in het schouderholster en de bankbiljetten een tiet vol met poen net als in een Amerikaanse gangster film.
    Op de achtergrond een bode erbij met een hoge rang vanwege het vele goudgalon op pak en pols en, in direkte lijn nog geparenteerd aan de opperstalmeester van Soestdijk en mogelijk een buitenechtelijk kind van de Prins, de gelijkenis was meer dan sprekend met die befbaard en die bril geen gezicht 1998…. En, euh… ik bedenk zojuist dat op
    beschaafde wijze en zachte toon praten met dergelijke Hoge Heren met hun smakelijke aan- en inhang bij tijd en wijle zeer interessant lijkt en heel wat revenuen kan af werp en als je het handig aan pakt en lekker mee slijmt; zo lust ik er nog wel tien vooral als de bikini lijn gelaserd is, anders hoef je ook geen nerveus gesneden tangaslip aan je lijer aan te trekken als de eeuwig wuivende bossen er bij hangen als de tuinen van Babylon, dat zoveelste wereldwonder van onder! Ik ben trouwens een aanhanger vaan de schaambos sekte en tegen glad geschoren van onderen. De volwassen vrouw en een kleuterk*tje gaan nu eenmaal niet samen.

    Ik kan wel nu bij nader inzien toch even nog de strikt persoonlijke correspondentie onder kenmerk D 24050/BA2003/0743 met de Nederlandse consul, de Weledel gestrenge Heer P.J. van S. te Parijs, aan u tonen, documenten op 80 grams papier met de het logo Koninkrijk der Nederlanden rechtsboven in Bordeaux rood gedrukt, rechts van het wapen der Nederlanden met een niet bijster martiaal ogende leeuw in kontrasterend diep blauw, die aanblik doet me toch zo naar het Vaderland en mijn Moedertaal verlangen.
    U heeft in mij niet met iemand te maken die van de straat komt of veneries is.
    U treft in mij een oprechte meneer die nog respect heeft voor de hiërarchie op elk terrein want er zijn Meesters en Slaven, Meesteressen en Slavinken. De Meesters en Meesteressen meppen er op los, de slavinken liggen te spetteren in de pan of springen er uit als het ze te machtig wordt.
    En ik ben om die reden niet helemaal op mijn achterhoofd gevallen als Miep Kniep dus ik roep als vrijdenker nooit voor de eerste collecte drie maal kut in de kerk.
    Wel na afloop in de consistoriekamer waar ik altoos op veel bijval kan rekenen.
    Onze vorstin zal ik ook niet gaan beledigen zoals datminkukel Aaad Veldhoen meende te doen, bijgestaan door die ondermaatse trut Hedy d’Ancona, alhoewel ik een republikein ben en nimmer de wapenrok des Koningins heb gedragen vanwege mijn wederspannigheid tegen het staatsbestel als dienstweigeraar en alle politiek daarbij bullshit vind om de burger te verneuken.

    Lees meer >> | 0 Reacties | Reageer | 567 keer bekeken

  • “Ik vind de kunstwereld vluchtig en oninteressant""

    25 december 2011

     

    "“Ik vind de kunstwereld vluchtig en oninteressant""
     
     
     “Ik vind de kunstwereld vluchtig en oninteressant. Ik vind het geen prettige wereld, mag u weten.”
     
     Fred van der Wal: “Ik heb alleen maar tegenwerking, jaloezie en rancune ontmoet in artiestenkringen en die artiestenvrouwtjes zijn nog erger, die klagen over het gebrek aan inkomsten, de kunstenaars subsidies die te laag zijn, het kleine pensioentje, de onhandigheid van het mannetje, de zesde hands auto die met horten en stoten nog net de zestig km. per uur haalt in het gunstigste geval, het marktkraampje dat meer kost dan het oplevert, de opslag die geld vreet en de welt fremde arrogantie van het lieve man netje, die nog geen spijker in de muur kan slaan, maar bij wie de gulp over loopt van diepe gedachten met de arrogante kunstkop in de wolken!”
     
     ‘Ik vind dat een doorsnee beeldend kunstenaar niet te veel moet verdienen. Ik ben natuurlijk geen door snee maar een toptalent. Maar ze stoppen mij wel eens wat toe, hoor! Ik krijg wel eens een bonus, aandelen of ik heb een goede verkoop. Die kunstar tiesten zitten altijd te klagen en te kliemen, maar ze hebben het aan zichzelf te danken. Maar als er één artiest in Nederland is die wat dat betreft niet zielig moet doen, ben ik het wel. In het jaar 2000 was ik voor het miljonair, een jaar later verloor ik vier ton! En in 2008 ben ik voor de tweede keer miljonair, dat kunnen ze niet hebben, dat artistieke luize troepie uit het Noorden des lands!’
     
     ‘Ach, kijk, als kunstaar speel je de helft van je leven toneel en dat is ook wat de mensen willen. Ik heb daar ook zelf altijd aan meegedaan, dus ik voel me er ook senang bij. Ik hoorde tot 1978 wel in de biotoop “Amsterdam”, maar aan de andere kant ook weer niet. Ik hoor eigenlijk nergens bij. Ik ben nog niet eens lid van de Vondelpark vereniging terwijl ik dat toch zou moeten doen want ik ben in die buurt op gegroeid. Ik kom gotsijdanck niet uit Friesland of Groningen, daar wonen alleen maar boeren. De doorsnee artiest daar heeft een griffermeerde pappie gehad die boer was, dominee of onderwijzer. Ik zal nooit meer terug naar Amsterdam verhuizen, want dat is geen leefbare stad. De helft is alloch toon en komt uit Verweggistan, de andere helft vegeteert in de bijstand of zit in de crimi naliteit. De upper middle class trekt er al lang weg en daarmee verliest die stad ook zijn culturele functie. De onderklasse van ondermensen kan niet lezen of schrijven, de jeugd speelt met zijn computer muis of met de muis van het vriendinnetje, ook,w el mossel genaamd, een zin van meer dan drie woorden kunnen de jongeren al lang niet meer begrijpen, gelezen wordt er niet en de PC Hooft maffia bestaat uit goud behangen, in bont gehulde, bruin verbrande apen en apinnen die in Hummers rijden. Not my cup of tea!’
     
     ‘Voor mijzelf is het leven altijd verbazingwekkend geweest vanaf mijn twaalfde, maar ik zag er natuurlijk ook beeld schoon uit en ben zeer intelligent, du ik viel goed bij vrouwen en manne, die mij met hun ontuchtig wil verhit achterna liepen om mijn geur op te snui ven en dan hoorde ik ze al van verre hinneken. 
     Hoog begaafd ook, maar daar zal ik nooit over op scheppen. Ik had al meteen gezegd dat ik niet van calvinistische huize was, maar dat ik een levensbeschouwing wel min of meer van belang vind. Mijn beeldende kunst gaat dan ook ergens over. Ik ben in ortho doxe zin niet katholiek, nazi of protestant, maar ik bemoei mij wel met de wereld om mij heen via mijn weblog en mijn beeldend werk. Ik heb namelijk uitgesproken meningen die ik niet onder stoelen of banken verstop zoals menig kunstenmaker, die behaag ziek met iedereen mee lult en in zijn schijn erudtie een welwillendheid en min zaamheid aan de dag legt die gefundeerd is op totale onverschilligheid en desinteresse in de wereld om de artiest heen, weins horizon begrensd wordt door eigenbelang.
     
     ‘Oef, koetjepoef, ik ben altijd bezig en behoorlijk aanwezig. Als ikd oor de draaideur bin nen kom dan kom ik ook door de draaideur binnen. Je hebt van die artiesten die zo wei nig voor stellen dat ze heen en weer onder de douche moeten springen om nat te worden. Ik kan ook niet goed stilzitten. Ik heb een concentratiespanne van een kwart seconde, dan houdt het op. Spannend hoor. Het zal de coke wel wezen.
     Ik hoor altijd over mezelf dat ik heel ijdel ben, maar ik ben volgens mijzelf een van de weinige mens en die daar dan ook heel open over zijn: iedere ware artiest is ijdel, of dat nu intellectueel of qua uiter lijk is.’
     
     ‘Nee, daar ben ik allemaal best heel calvinistisch in. Ik ben eerder nederig, nooit tevre den. Ik ben niet ontevreden met wat ik presteer, maar ik ben nooit blij met wát er ge presteerd is, want het is nooit genoeg. Het kan niet op.Ik kan niet genieten van succes. Dat is ook een soort ingewikkeld ingeworteld calvinisme dat alles verkankert en verkleurt.’
     
     Ik heb mij toen in de seventies toch als een rechts ettertje geprofileerd toen al die gesub sideerde artiesten communist stemden en het over de revolutie hadden. Daar geniet ik soms ook wel weer van. Maar: wij zijn een land van hokjesdenkers en je komt nooit meer uit dat hokje. Ik ga me nu ook niet anders voordoen dan ik ben. 
     Ik vermoed dat mijn schaarse vrienden mij wel een egoïstische idioot zullen vinden, een monomane gek, een ramp in de keuken of eigenlijk geheel afwezig in de keuken, want het woord keuken daar ver bind ik alleen het begrip neuken in de keuken mee en dan niet met je kleine zusje onder tafel. Er zijn zo van die dingen dat je denkt: hoe is het mogelijk? Maar verder gaat verder heel goed met mij. Als ik op sta geef ik mijzelf eerst even een hand in de spiegel!’
     
     ‘Wat ik gepresteerd heb, is denk ik wel geslaagd. Mijn werk stáát op eenzame hoogte. Ik ben totaal niet commercieel en heb dat ook nooit gewild want dan word je een Hank Du velsjas die elke keer het zelfde schilderij in elkaar flanst om wéér en bak poen te verdien en. Die Groningse en Friese kringen rond Duvelsjas; allemaal orthodoxe dominees of griffermeerde tekenleraren met hun aan- en inhang is niet mijn soort, daar wil ik gewoon niets mee te maken hebben en zij niet met mij, dat komt goed uit.
     
     Maatschappelijk gezien vind ik mezelf geen wrak. Ik heb natuurlijk wel min of meer maat schappelijke ambities. Dat gaat over de wereld om ons heen en is iets meer dan alleen maar geld verdien en. Maar ik heb in de jaren dat ik nu leef, de wereld natuurlijk niet beter of slechter gemaakt, omdat de wereld met een grote W mij geen reet interesseert.’
     
     ‘Ik vind de kunstwereld zo vluchtig. Volkomen oninteres sant. Ik vind het geen prettige wereld, mag u weten. De kwaliteit van de beelende kunst is de laatste jaren naar mijn idee zienderogen achteruit gegaan. Het is vooral commercie geworden, waardoor de kunst bladen en galeries alleen nog maar in platheid tegen elkaar aan het op bieden zijn. Daar moet een kentering in komen. Ik kijk niet veel naar moderne kunst, misschien een half uur per jaar, maar als ik kijk, heb ik gewoon behoefte om een fles wisky op te zuipen. Ik heb geen tijd voor onzin...en daarom ga ik beslist niet om met beeldende kunstenaars! Daar heb ik namelijk schijt aan! Altijd gehad ook!’

    Lees meer >> | 2 Reacties | Reageer | 2496 keer bekeken

  • "Rijksmuseum 13 werken van Fred van der Wal"

    25 december 2011

     

    "Rijksmuseum 13 werken van Fred van der Wal"
     
     
    UPDATE: RIJKSMUSEUM AMSTERDAM 13 WERKEN VAN FRED VAN DER WAL AANWEZIG!
     
    dinsdag 20 juli 2010 15:10 door fred van der wal
     
    Voor de niet geïnformeerde, jonge, met zichzelf ingenomen, zelf benoemde, nep- en namaak investigative journalist, die nergens wat van af weet als het de beeldende kunst betreft, maar ook wel eens op zijn roeptoetertje wil blazen en zijn speelgoed trommeltje meent te moeten roffelen om indruk te maken op medestanders, mag ik voor nadere informatie ter controle van het waarheidsgehalte betreffende de claims van Fred van der Wal hierbij aanbevelen contact op te nemen met mevrouw drs. Marina Raymakers van het ICN. 
     
    Niet vergeten hoor, jongens en meisjes, anders staan jullie weer met de mond vol tanden!
     
     
     
    drs. Marina Raymakers 16-07-2010 10:07
     
    Interessante discussie hier. Kan ik daaraan bijdragen vanuit het ICN? Even een korte toelichting. Dat er werken uit onze ICN collectie vermist zijn is heel erg. Deels is dit te verklaren doordat vroeger de controle achterwege is gebleven omdat er ca. 3000 instellingen waren waar werk uit de ICN collectie hing. De collectie bevatte eind jaren '80 ca. 350.000 kunstwerken. Veel van onze vermissingen zijn vanuit die externe locaties, zoals ziekenhuizen en scholen, destijds verdwenen.
     
     
     
    fred van der wal 16-07-2010 10:41
     
    Geachte Mevrouw Raymakers
     
    Allereerst mijn dank voor Uw openbaar toegankelijke, heldere en vriendelijke reactie, openlijk gedaan alhier op mijn weblog in tegenstelling tot mijn gewoonte om met ambtenaren van Uw dienst discreet en verborgen voor het Grote Publiek te mailen en deze mails vooral niet te publiceren, edoch; smaken verschillen en veel is teloor gegaan aan cultureel erfgoed en discretie in het vaderland is mij langza merhand duidelijk geworden.
     
    Ik zal dan ook mijn eerder geuite bezwaren openlijk toelichten.
     
    Na gisteravond even een oppervlakkige beschouwing van verslagen uit de rekenkamer uit 2004 te hebben ingezien blijkt dat pas recent de controle op uitleen via de ICN is verscherpt en onder direct toezicht van de minister is geplaatst. Ik doel dan op die leptosome sukkel met dat halve gare hoedje die op homoboten wenst rond te dobberen in de Amsterdamse grachten hetgeen mij als gelovig gristen stoort, maar laat ik vooral niet afdwalen.
     
    De lijst vermissingen gepubliceerd op de site van het ICN is aanzienlijk en de waarde van de vermiste voorwerpen zal ook bij een globale schatting in de miljoenen lopen.
     
    Een overheids instituut van naam zoals het ICN met zijn 81 medewerkers -het kan niet op- zou toch al decennia lang in staat zouden moeten zijn de uitlenen van de collectie ter dege te controleren om bij vermissing zware sancties op te leggen aan de verantwoordelijken binnen de overheidsgebouwen waar men zorgeloos met de kunstvoorwerpen blijkt om te gaan. Eventueel gaat U er maar op de fiets achter aan in de functie van onbezoldigd opsporingsambtenaar.
     
    Het is mij al lang duidelijk dat de vijand van de beeldende kunstenaars en de eigentijdse kunst in feite de overheid is.
     
    Ik besef ter dege een volkomen onbelangrijke positie in het kunsten bestel in te nemen, zoals U zult weten vanuit Uw wetenschappelijk instituut, doch daar gaat het hier niet om.
     
    Ik was gisterochtend zeer geërgerd na het lezen van een mail van Uw herplaatsings coördinator die mij nb. een VERBOD oplegde om de lijst van mijn eigen werken te publiceren. Nu nog mooier! Wie heeft eigenlijk die werken gemaakt? Meneer Yuri of ik? Nou dan!
     
    Hierover heb ik onmiddellijk contact opgenomen met de moderator van De Volkskrant en ben bereid indien dit verbod gehandhaafd blijft mijn advocaat in te lichten om verdere stappen te kunnen onderne men. De betutteling en bevoogding van de mail van meneer Yuri wekt een grote woede in mij op.
     
    U weet uit de kunsthistorie dat de eigentijdse beeldende kunstenaar over het algemeen een licht ontvlambaar, half geschoold, labiel, onvoorspelbaar tiepe is dat snel uit de krammen schiet en altijd tuk is op een relletje ter eigen baat en dat is maar goed ook. Er lopen al genoeg slaapkoppen rond in ons eigen land.
     
    En moge meneer Yuri in het vervolg heel wat aardiger zijn voor een eenvoudige kunstartiest als Fred van der Wal.
     
    Ik dank U voor Uw aandacht!
     
     
     
    drs. Marina Raymakers 16-07-2010 11:37
     
    Geen dank hoor, ik blijf graag op de hoogte van wat er zoal speelt rondom de BKR en andere kunstzaken die mij als ICN'er - jaja, ook zo'n ambtenaar met een prachtig uitzicht om te mijmeren - aangaan. En wat openbaarheid van spreken en publiceren betreft: ik ben helemaal voor. In dit geval helpt het ook in de opsporing als lijsten van vermissingen en beeldmateriaal gepubliceerd worden, zo vinden we nog weleens wat terug gelukkig.
     
    Ik denk overigens niet dat het de bedoeling van mijn collega Yuri is om u te ergeren of een verbod op te leggen, sorry daarvoor.
     
    Zullen we het ook nog over BCW hebben?
     
     
     
    fred van der wal 16-07-2010 12:00
     
    Geachte Mevrouw Raymakers
     
    Ik heb het zelf zojuist gezien. U staat glimlachend op de foto. Hetgeen een bewijs is van de juiste vrouw op de juiste plaats. Dat kunnen velen U niet nazeggen. Vandaar Uw afgewogen oordeel, gekoppeld aan een wetenschappelijk inzicht en een verzorgd uiterlijk, hetgeen resulteert in een cliënt vriendelijke wijze van tegemoet treden van de doorsnee kunstartiest want wie dik tevreden is met zichzelve is dat ook met de ander en bereid tot een luisterend oor aan de dag te leggen.
     
    Kom er maar eens om in het plantsoen der kunsten alhoewel ik de hiernaast Isis Nedloni, schilderes altijd als zeer aantrekkelijk beoordeel en van mij al vanaf het begin een BCW status kreeg doordat zij goed gekleed mij immer wenst te ontmoeten in het openbaar, heur haar gewassen en effectief gekoeleurd met Henna, voorzien van een conditioner die naar ik heb begepen de veel belovende naam Cement draagt, verder prima in de verf en reukwater gezet zoals het ook hoort in het kunstenaars plantsoen, maar verder mag ik er allemaal niets van verklappen om de privacy van derden niet aan te tasten.
     
    Ik zal U een geheim verklappen; het maakt mij allemaal weinig uit, BCW status of geen status. De aanwezige werken van mijn hand in de collectie; ik vind het voornameijk typerend contraprestatiewerk en heb van het overgrote deel mijner eigen werken geen hoge pet op.
     
    Er is een onsamenhangend aantal werken van mij aanwezig waar geen draad aan vast te knopen is.
     
    De keuzes die gemaakt zijn: een mooie jongen of dame die mij dat eens kan uitleggen volgens welke criteria dat geschied is, want mij is het een raadsel.
     
    Voor mij heeft het verlaten de contraprestatie regeling in 1976 een zeer goede uitwerking gehad.
     
     
     
    drs. Marina Raymakers 16-07-2010 13:27
     
    Zeer vereerd ben ik met deze mooi geschreven reactie vol openbare complimenten. Persoonlijk zou ik nog wel eens de muze van een kunstenaar willen zijn, lijkt me heerlijk. Maar goed meer aardse zaken trekken me ook en wat ik weet van de BCW status is het volgende.
     
    In de jaren 70 (en ook daarvoor) waren er bij het Rijk commissies die aankopen deden. Dat deden ze weloverwogen. Er zijn toen ook een aantal Fred van der Wal's gekocht.
     
    Daarnaast groeide de collectie ook omdat er vanuit de BKR regeling allerlei kunst binnen kwam.
     
     
     
    In de jaren '90 zijn de ICN medewerkers eens goed naar de hele collectie gaan kijken. Er was zoveel en het groeide de depots uit, lang niet alles kon een goede zichtbare plek krijgen. Toen is bedacht dat we alleen de kwalitatief goede werken zouden willen beheren om ze ook zo veel mogelijk uit te lenen aan musea. Er onstonden toen 2 categorien: BCW en CW.
     
    Alles wat officieel was aangekocht door commissies werd BCW en omdat er vaak ook werken van dezelfde kunstenaars via de BKR waren kregen deze óók de BCW status. Vandaar dus dat al Uw werken in onze collectie de BCW status hebben. Niet een heel sjiek en zwaar inhoudelijk criterium dus. Hoop dat dit allemaal niet al te ambtelijk overkomt, ik vrees echter van wel.
     
     
     
    Fred van der Wal: BCW status. Afkorting Bijzonder Culturele Waarde status. Stelt voor drs. Mevrouw Raymakers, die als academica ook wel eens een kat wil uitdelen vanuit haar goed gesalarieerde, overbetaalde, ambtelijke ivoren toren positie, helemaal niets voor, hoor, lieve lezers en –essen, maar betekende wel dat minder dan 10 procent van het BKR werk deze status kreeg (!) en het slechts om enkele duizenden werken ging die dit goedkeuringsstempel verwierf, een hele kleine minderheid van de honderduizenden BKR werken die als rotsooi waren aangekocht op soaciale gronden en linea reacta terug gingen bij de Grote Uitdeling onder het beheer van Stichting Kunstwegen naar de fröbelaars die zich kunstenaar waanden. Menig contraprestatie kunstenaar heeft een seizoen lang de kachel kunnen stoken van zijn eigen “kunstwerken” en dan dient het nog ergens voor al die spieramen en klodders verf.
     
     
     
    Als ik nu de feiten goed op een rijtje heb waren er tot vorig jaar 69 Fred van der Wal's in het ICN depot en heeft het Rijksprentenkabinet van het Rijksmuseum er vorig jaar 13 uitgekozen voor hun eigen collectie. Deze werken op papier (WOP's in onze terminologie :-)) zijn nu dus van het Rijksmuseum en worden - als het museum weer open is - tentoongesteld in het Rijksprentenkabinet. Dat vind ik toch wel bijzonder. Waarom juist deze 13 werken zijn gekozen weet ik niet. Waarschijnlijk omdat ze mooi zijn, aanspreken en representatief zijn voor een periode in de ontwikkeling van Nederlandse kunst.
     
     
     
    fred van der wal 16-07-2010 14:10
     
    Geachte Mevrouw Raymakers
     
    You made my day. OPGEPAST SVP! Kunstartiesten zijn stuk voor stuk -zoals U nu hebt ervaren in deze- ontzettend lastige, achterdochtige, aan het paranoiede ziektebeeld grenzende maatschappelijk totaal onaangepaste, semicriminele, menigmaal ongewassen, ongeschoolde, analfabete, onbetrouwbare, egocentrische personen. Volgens de Friese kunsthistoricus drs. Huub Mous is een goede kunstenaar altijd dyslectisch op de koop toe! En een ongeschoolde, halluvve gare turfsteker bij voorkeur.
     
    Een schandelijke opmerking van een academicus die beter zou moeten weten, deze gepensioneerde, gefrustreerde sukkel uit Friesland, die ik nu al vanaf 1978 in woord en geschrift met veel plezier bestrijd, maar toch aan de andere kant ook weer op heel beminnelijke wijze mee om ga als ik hem tref bij een expositie of radio uitzending.
     
    Hij vindt mijn werk drie keer niks zoals hij uitdrukte en dat lijkt mij een uitstekende basis om op door te gaan. Wat koop ik als in- en in verlegen man voor bewonderaars cq bewonderaarsters?
     
    De complicaties van het Muzeschap ener kunstartiest op leeftijd zijn er vele, ook als wij de afnemende viriliteit buiten beschouwing laten. Een bijkomende complicatie in het geval beide partijen een partner hebben als huisdier voor in de tuin en in de keuken, zoals gebruikelijk onder de los geslagen, immorele kunstbeoefenaren van anno nu, die zoals algemeen bekend uit de Privé en aanverwante periodieken maar een beetje aan rommelen in hun leventje ten koste van anderen omdat die attitude nu eenmaal voorschrift is van serieuze kunsthistorici en mogelijk zelfs van de uitgebreide staf van het ICN om uiteindelijk als kunstenaar posthuum serieus genomen te worden.
     
    Een tweede kwaliteit blijkt uit empirisch onderzoek dat de ware kunstartiesten altijd boos zijn. Boze kunstenaars zijn goede kunstenaars en die boosheid is voorgeschreven door o.a. de Art Noir richting die uitmunt in bizar gedrag.
     
     
     
    De verschillen in PCW en BCW status waren mij al langer bekend en niet zelden deel ik dat de minder begaafde hooguit middelmatige ex-contraprestatie collegaatjes uit het Zuiden en Noorden des lands mijn BCW status mede, om die van schaamte, spijt èn jaloezie tandenknarsend te laten vergaan en ja hoor, dat lukt al jaren heel aardig. Ze slaan groen en geel uit in hunnen beschimmelde kaders. Zo ga ik rond en doe mijn goede werken.
     
     
     
    Het is fijn te weten dat anderen een redelijk enthousiasme over mijn werken kunnen opbrengen en laten resulteren in hun keuzes en nu moet ik serieus zijn: ik deel het enthousiasme totaal niet en vind dat ik er veelal als olijke borst veel te vaak met de artistieke pet naar heb gegooid. Het had beter gekund en heel wat beter ook.
     
    Misschien kenmerkt mijn overdosis aan terechte zelfkritiek het ware kunstenaarschap? Ik weet het niet en wij zullen het nooit weten.
     
    Ik dank U van harte voor Uw antwoord
     
     
     
    WERKEN FRED VAN DER WAL IN RIJKSPRENTENKABINET‏ RIJKSMUSEUM AMSTERDAM
     
     
     
    maandag 26 juli 2010 21:30 door fred van der wal
     
    Tags: fred van der wal, rijksmuseum
     
     
     
    Om mijn voornaamste kritikasters onder de webloggertjes tevreden te stellen deel ik hen mede dat er tot 2008 70 werken van mij aan wezig waren in het ICN (Instituut Collectie Nederland) met de BCW status (Bijzondere Culturele Waarde) een kenmerk dat minder dan 10 % van het aangekochte BKR werk betreft, 9 werken in het Stedelijk Museum afdeling Prentenkabinet en sinds 2008 13 werken in het prentenkabinet van het Rijksmuseum te Amsterdam aanwezig zijn zoals blijkt uit hieronder weer gegeven mail. Namen van betrokken medewerkers van het Rijksmuseum te Amsterdam zijn door mij vervangen door de letter X om de privacy te garanderen van het personeel en de veiliheid van de collectie, daar diverse musea en galeries last hebben gehad van stalkers die de naam van Fred van der Wal in een ongunstig daglicht stelden en toegang eisten tot zijn werken met als doel een mogelijk vernielen van de kunstwerken: 
     
     
     
    WERKEN FRED VAN DER WAL IN RIJKSPRENTENKABINET‏ RIJKSMUSEUM AMSTERDAM
     
     
     
    Van: X (XXXXXX@rijksmuseum.nl) 
     
     
     
    Rijksmuseum Amsterdam
     
     
     
    Postbus/PO...

    Lees meer >> | 1 Reactie | Reageer | 1438 keer bekeken

  • "Friese galeriejuffrouw belt op…dan weet je het wel!"

    25 december 2011

     

    "Friese galeriejuffrouw belt op…dan weet je het wel!"
     
    Friese galeriejuffrouw belt op…dan weet je het wel!
     
     
    Mevr. Drieka, eigenaresse van Galerie De Roos Van Tuymelaer  belde me op.
     
    ”Ik zou graag een afspraak met U maken. Een klant van mij wees mij op Uw naam. Mij zegt Uw naam niets, daar niet van, maar ja, je kunt nooit weten. Meestal is het toch niks, maar ik wil Uw werk toch wel eens een keer zien om mijn klant tegemoet te komen.” Zo klonk het verveeld aan de andere kant van de lijn. Dit gesprek begon al goed! Tiepies Friese, harkerige, boerse, onbeschofte stan daard manieren waar de honden geen brood van lustten!
     
    Ik negeerde de belediging en maakte zonder  veel illusies op de goede afloop  een afspraak. Ze had het “erg druk, druk, druk” maar volgende week dinsdag zou het de chi que dame wel even een kwartiertje schikken. Ze vroeg niet of het mij uit kwam. De dinsdag daarop arriveerde mevrouw Drieka in een Fiat Panda. 
     
    Een kort aangebonden, humorloze dame, die poogde over te komen als een direkteur van een New Yorkse galerie op bezoek bij een provinciaal. Ik kende de hooghartige houding van de dames en heren galeriehouders langzamer hand wel in de meer dan dertig jaar dat ik tentoonstelde.
     
    “Heeft U eigenlijk wel eens Uw werken geëxposeerd in een goede, professionele ruimte, behalve in eetcafé De Vette Bobbel?” vroeg ze gebiedend en streng als een S.M. meesteres.
     
    “Meer dan 200 groeps- en eenmans tentoonstellingen in galeries en musea in Engeland, V.S., Zweden, Duitsland, Frankrijk, België en Nederland ” zei ik naar waarheid.
     
    “Dat lijkt me wel erg sterk overdreven, want ik ken Uw naam niet eens en ik zit toch al heel wat jaren in het vak!” ontglipte haar. Ik glimlachte.
     
    “Ik kan het bewijzen,” zei ik.
     
    “Ach, dat zeggen ze allemaal. Ik hoor niet anders dan sterke verhalen tegenwoordig van de dames en heren kunstenaars en maar al te vaak blijft het bij verhalen. Ze spelen toch nooit bijna wat klaar!” zei ze achteloos. Ze zuchtte en sloeg haar ogen naar het plafond alsof daar een tekst was verschenen dat ik haar wat voor gelogen had. Ik stond op en haalde zes plakboeken uit de kast.” Hier is het bewijs. Kijkt U  maar rustig de recensies door,” zei ik. Het was het oude liedje!
     
    Ze bladerde er even in en legde ze ongeïnteresseerd opzij.
     
    “Ik kom bij zoveel kunstenaars, die allemaal nog veel dik kere plakboeken vol met dat soort loze vulling hebben, maar het is bijna nooit wat. Met die computers van tegen woordig kan je wel alles bij elkaar verzinnen en controleer het maaar eens!” zei ze vermoeid. Ze wees naar een acryl op papier werk van mij en zei lichtelijk ge borneerd:  ”Dat schilderijtje van die zonnebril op die tafel is nog wel aardig, alleen had het voor mijn gevoel veel en veel groter moeten zijn, want voor dat postzegelformaat  (30 x 50) kan ik  natuurlijk geen prijs maken. Daar krijg ik de klanten niet mee plat! Die lachen me vierkant uit als ze zoiets van dat formaat zien!”
     
    “Ik werk in verschillende formaten, van 10 x 25 cm. tot 100 x 200 cm.”
     
    “Dat maakt het voor mij als kunsthandelaar er ook al niet bepaald makkelijker op. Ik werk bij voorkeur met stabiele mensen die hetzelfde formaat aanhouden, dan weet je waar je als galeriehoudster aan toe bent. De klant van te genwoordig vraagt anno nu dat eigenlijk ook, die vraagt om zekerheid en kloeke formaten voor een redelijke prijs. Vandaag werkt de gemiddelde kunstenaar figuratief en morgen weer abstrakt, dat weet U ook wel. Ik neem een enorm risiko met uw werk tentoon te stellen, dat zie ik zo wel op het eerste gezicht! Uw tekeningen bijvoorbeeld; ik wil er wel eens één tentoonstellen hoor in een verloren hoekje in de gang, maar ook niet meer dan één. Ik kan U geen maximum exposure geven. U heeft totaal geen artis tieke uitstraling, weet U! Tekeningen zijn sowieso  een onverkoopbaar artikel waar geen behoorlijke galerie houder die zichzelf respekteert  aan begint, dat weet iede reen en ik moet nu eenmaal wel leven van de verkoop. Ik heb nu eenmaal geen partner met een vorstelijk inkomen. Tekeningen zijn al jaren totáál uit! Waarom heb ik eigenlijk nog nooit van Uw naam gehoord?”
     
    “Dat weet ik niet. Misschien omdat ik erg weinig mijn werk exposeerde in Friesland. Het loopt hier allemaal nog een beetje achter. Vandaar misschien!”
     
    “O, ja, vind U dat? Lopen wij hier achter in Friesland? Achter bij wat? Meneer van der Wal heeft ervaring in de handel? Meneer van der Wal weet ‘t weer eens allemaal beter? En meneer van der Wal loopt toevallig weer eens vóór?”
     
    “Ja, dat vind ik eigenlijk wel!”
     
    “En waar baseert U dat eigenlijk op?”
     
    “Er is nauwelijks een Galerie te vinden in die 19 jaar dat we in Friesland wonen die realistiese schilderijen wil ten toonstellen. Het is meestal rotsooi, dat ze exposeren, zoals die troep van die ex-huisschilder uit Firdgum, die mislukte tekenleraar, dat vieze mannetje met die steun trekkende alcoholiese vlegel, die beroepswerkeloze, mis lukte, kleverige ex-trein kellner die hij als namaak butler in dienst heeft.”
     
    “Jan Murk? U bedoelt onze grote, Friese kunstenaar Jan Murk?”
     
    “U zegt het! Ik noem hem altijd Jan Jurk, vanwege zijn hobby om dameskleding aan te trekken.”
     
    “Ach, die speelt toch helemaal geen rol. Daar is trouwens sowieso niet mee te werken. Hij is heel aardig, zo lang hij zijn arrogante, grote smoel maar dicht houdt. Waarom heeft U die schilderijen van U indertijd niet bij van Hul sen geëxposeerd? ”
     
    “Omdat hij een tentoonstelling van mij geweigerd heeft. Zijn echtgenote, die Anneke Tanneke Toverheks klunst in haar vrije tijd wat  met  verf  en varkensharen kwasten, was het  niet met mijn werk  eens en daar houdt hij liever vrede mee. Ze vond me qua tiepe mens op Barend Blank ert lijken en daar had ze toch al jaren lang de pest aan van wege zijn succes. Ze was ook erg bang voor concurrentie, omdat ze zelf  figuratief schildert, maar dan heel slecht”
     
    “En bij Galerie De Vis in Harlingen?”
     
    “Ze hebben het werk bij voorbaat afgewezen. De reden waarom, weet ik niet. Ik geloof dat ze bezwaar hadden dat ik niet zoals de meesten van de contraprestatie vrat.”
     
    “En die Galerie in Gorredijk? Waarom stelt U daar niet tentoon, dat is vlak bij Uw huis, dan hoeft U niet zo ver!”
     
    “Ze hadden geen belangstelling en vonden me bij voor baat al een fascist, schreven ze.”
     
    “En die surrealistiese Galerie Beekman dan?”
     
    “Die heeft een kaart vol spelfouten terug geschreven dat hij geen belangstelling had, dus dan houdt het op. Ik houd niet van bedelen. Daar ben ik als internationaal kun ste naar veel te goed voor!”
     
    “Kunt U begrijpen dat ik eigenlijk niet goed weet wat ik met Uw werk en persoon zakelijk gezien aan moet?”
     
    “Nee, dat begrijp ik helemaal niet.”
     
    “Nou, U bent me anders wel een brutaaltje! Ik heb nog nooit mee gemaakt dat een Friese kunstenaar mij tegen sprak! Waarom begrijpt U Uw eigen positie niet? Ik kan als gesubsidieerde Galerie een kunstenaar nog altijd ma ken of mollen! Al naar gelang het mij uitkomt, meneer van der Wal. Of wilt U dat niet begrijpen? Galerie Jurka heeft ook bijzonder negatieve mededelingen over U ge daan, weet U dat wel? Hij heeft mij ernstig gewaar schuwd voor U! Meneer van der Wal vindt zich zelf de koningin van het bal, maar dan moet meneer van der Wal zich eerst maar eens laten ombouwen, zei hij mij. Be grijpt U wel wat daar de konsekwentie van is? Waar om wilt U dat  toch niet begrijpen? Ik snap die kunstenaars nooit die zichzelf voortdurend tegen de wind in de baard spugen!”
     
    “Omdat ik het niet kan en wil begrijpen! Daarom!”
     
    “Weet U wat? Ik zal het goed met U maken! Ik wil niet helemaal negatief overkomen als voorzitster van de ver eniging van kunsthandelaren, ondanks dat  het voor mij volkomen onverkoopbaar werk is dat U mij hier voor schotelt. Ik heb zo mijn bedenkingen tegen dat soort werk dat U maakt. Het is ook geen kwaliteitskunst! Ik ken ook geen schilders waar Uw werk ook maar in de verste verte op lijkt en dat is in mijn branche geen aanbeveling, weet U. Als het nou nog op Francis Bacon, Picasso of Karel Appel leek, dan zou ik zeggen: Ja, dáár kan ik iets mee, dat geeft de klant een stevig referentiekader, dan weten we allemaal weer waar we aan toe zijn, dan kunnen we het naslaan in de catalogus, maar dit, dit…ik kan U niet helemaal plaatsen! Ik begrijp U niet, meneer van der Wal en als ik U niet begrijp, dan begrijpen mijn klanten U ook niet, want ik vertegenwoordig hier mijn klanten! En wat betekent dat, meneer van der Wal? Dat betekent, dat ik he lemaal niets van Uw werk zal kunnen verkopen en dat de kassa niet gaat rinkelen! Niet alleen niet voor mij, maar ook niet voor U! En door wie komt dat allemaal, meneer van der Wal? Niet door mij, maar door meneer van der Wal zelf, die onbegrijpelijke schilderijen maakt die nie mand begrijpt, behalve meneer van der Wal. U denkt toch niet dat U Van Gogh of Rembrandt bent, hè? Laat ik het zo stellen: Ik wil het goed met U maken! Ondanks alles! Over zes maanden kom ik weer eens terug om te kijken of U schilderkunstig enige vorderingen heeft gemaakt en dan kunnen we alsnog verder zien wat we met meneer van der Wal zakelijk gaan ondernemen en zit er ook maar enige verbetering in de kwaliteit dan kom ik na zes maan den nog een laatste keer terug. Is het dan nog niks als amateuristische knudde, dan moet ik U helaas teleurstel len. Helaas! Ik kan en wil als galeriehoudster met alle ver antwoordelijkheden van dien nu eenmaal niet over één nacht ijs gaan. Zo gaat dat misschien in Amsterdam, me neer van der Wal, maar niet bij ons in Friesland, meneer van der Wal! Als er een elfsteden tocht wordt gereden kijken wij Friezen ook eerst de bevroren kat uit de be ijzelde boom, dat moet U onderdehand toch wel weten! U gaat nu maar eens van dat schilderijtje met die zonnebril daar in de hoek een groot, echt  volwassen, fijn olieverf doek van normale afmetingen maken en dan belt U mij maar eens terug als het af is, dan kunnen we alsnog ver der zien als ik tijd heb. Ik heb het voortdurend bijzonder druk, weet U, als voorzitter van de vereniging van kunst handelaren, want wij openen een tweede vestiging in Leeuwarden binnenkort, alhoewel ik daar uw werk niet zal kunnen brengen, want het past niet in de groep, dus ik kan ook niet al te veel tijd aan U als beginnende kunste naar besteden, begrijpt U? Ik ben geen kinderoppas! U zult, figuurlijk gesproken, naar de geest van de tijd artis tiek en zakelijk Uw eigen broek op moeten houden als kunstenaar! Aan in pamperen, afvegen en doortrekken kan ik, figuurlijk gesproken niet meer beginnen! Daar voor ben ik te al ver met mijn Galerie!”
     
    “Vooral dat laatste zal ik in overweging nemen. Om de re latie enigszins aan te houden: kunt U mij uitnodigingen voor de tentoonstellingen van Uw galerie sturen?” vroeg ik als laatste, verzoenende poging.
     
    “Nee, nee, nee, dat kan ik helemaal niet. Ik heb toch al meestal veel te weinig uitnodigingskaarten om te verstu ren! Postzegels zijn duur, meneer van der Wal en druk werk is niet gratis tegenwoordig! We leven niet meer in de 60-er jaren, meneer van der Wal! Wij zijn als onder neming geen charitatieve instelling! Ik was trouwens toch van plan net weg te gaan!”
     
    “Dan houd ik U niet langer op.”
     
    “Dat is ook niet de bedoeling!” was het snibbige ant woord van deze juffrouw die klaarblijkelijk het laatste woord wilde hebben. Ik gaf haar een hand en liet haar uit.
     
    “Dit wordt niks,”zei ik tegen Ina toen ze weg was.
     
    “Nee, dat denk ik ook niet! Waarom ze vanaf het begin hier zo kwaad  en kortaf deed, begrijp ik niet helemaal. We ontvingen haar vriendelijk en gastvrij! Ze lijkt Dieuw ke Bakker van Galerie Mokum wel! Net zo’n neuroot!” zei Ina gepikeerd.
     
    “Oh, in dat soort toestanden heb ik absoluut geen zin ! Dat is eens maar nooit weer! Nog liever helemaal van mijn leven  geen schilderij verkopen, dan weer met zo’n walgelijk product in zee te gaan! Bovendien heeft ze totaal geen beleid, visie of smaak! Wie neemt nou die af schuwelijke schilderijen van die klungel Jerre Hakse?” 
     
    Een paar dagen later, toen ik mij over mijn ergste weerzin tegen deze vertegenwoordigster van het gilde van de Frie se kunstkruideniers en kulturele misselijk makende, benepen middenstanders had heen gezet, schreef ik haar  in een poging het contact niet helemaal te verbreken, een kort, zakelijk, doch uiterst vriendelijk  briefje:
     
     
     
    Beste A.,
     
    Zou je mij een uitnodigingskaart voor de volgende ten toonstelling willen toezenden?We komen heel graag op de opening! Verder zou ik graag deelnemen aan je groeps tentoonstellingen zodat het publiek alvast kennis kan maken met- en kan wennen aan- mijn werk. Bij voorbaat mijn hartelijke dank en tot wederziens! 
     
                                                            Met vriendelijke groet,
     
                                                                    Fred van der Wal.
     
     
     
    Ik wachtte twee maanden op antwoord,dat uitbleef. Ik begreep dat deze wispelturige, weinig zakelijke dame om de een of andere reden geen zin had om mijn werk te ex poseren en niet de beleefdheid kon op brengen om een briefje te sturen. Mijn geduld was op. Ik wilde alleen werken met kunsthandelaren die mijn werk graag wilden vertegenwoordigen en voor Galeriehouders als Dieuwke Bakker, Rob Jurka, Rutger Brandt, Joop Venekamp en Janna van Zon, die ten aan zien van mijn werk nooit tot een besluit konden komen had ik al bijzonder weinig respekt. 
     
    Een kunsthandelaar staat voor de volle 100 procent achter het werk van zijn exposant, dat is het minste wat een kunstenaar mag vragen van de Galerie eigenaar. Ik schreef Anita Driessen een briefje dat ik naar aanleiding van de onprettige gang van zaken liever af zag van een verdere zakelijke relatie. 
     
    Via via hoorde ik dat ze beweer de dat ik een van haar abstrakte schilders fysiek had bedreigd en dat ik een gevaarlijk man was, die maar liefst 3 Oosterse vechtsporten beheerste. Dat laatste was waar: ik haalde een eerste kyu in judo, jiu jitsu en karate, de laatste graad op 53-jarige leeftijd en misschien was ik ook best in staat met een machtige mawashi-geri het licht uit de ogen van een abstrakte schilder te trappen en de kop van zijn romp. 
     
    Het was per slot van rekening altijd de moeite van het proberen waard. Bovendien had ik nog een bokstraining van een oud nationaal kampioen gehad en het nut van een vechtsport kon alleen in de praktijk word en bewezen. Je moest toch wat in het leven als beel dend kunstenaar! Ik moest maar weer eens in training gaan en mijn favoriete bezigheid van met mijn rechter vuist dwars door zes centi meter hout stampen wederom beoefenen. Of er misschien maar van af zien, dat leek me nog ‘t beste! Boven dien; Ik was al jaren lang als niet officieel erkend ex-christian artist alleen uit op love and peace, bloemetjes in mijn lange, asblonde haar en daar mee weer helemaal terug bij de mentaliteit waarmee ik begon als overgevoelige, artistieke, vrouwelijke, toen nog aan zijn sexuele identiteit twijfelende, jonge man, die nog niet gekozen had, voor het heterosexuele leven, daar in het spannende struikge was op dat Kopje van Bloemendaal, tussen de duindorens, nazomer 1963, met mijn teerbeminde klas genote Els D., daar op die uit kijktoren, vlak bij het strand en de toen nog niet verontreinigde grijs blauwe Noordzee, want wie ver ziet en lang genoeg van uit de hoogte blijft neer staan kijken op de eigentijdse me demens weet dat wat hij van verre haalt ook altijd weer het lekkerst is! 
     
    En waar ik als beeldend kunstenaar begonnen ben? Daar bij die molen…ik bedoel daar aan de waterkant in die vijver met een dozijn statige zwanen in het Vondelpark bij de verlaten muziektent met die lange loopplank, ja, daar…
     
     

    Lees meer >> | 0 Reacties | Reageer | 3369 keer bekeken

  • "Academici kijken neer op kunstenaars (Deel 1)"

    25 december 2011

     

    "Academici kijken neer op kunstenaars (Deel 1)"
     
    ACADEMICI KIJKEN NEER OP BEELDENDE KUNSTENAARS EN DAAR HEBBEN ZIJ HET SOMS HELAAS ZELF NAAR GEMAAKT (DEEL 1) 
     
    (Situaties en personen in onderstaaande fictieve story hebben geen betrekking op bestaande personen of toevallig overeenkomende situaties en bestaan slechts in de perverse geest van ondergetekende) 
     
    Anno nu kunnen adspirant collegaatjes pas naar een kunst academie als ze een HAVO diploma kunnen tonen. Nu is de HAVO een soort opgedikte ULO, dus veel slimmerdjes komen er toch al niet vanaf, maar dat hoeft ook niet voor wie een loopbaan in het veld der kunsten ambieert, daar zijn relaties, een beroepsouwehoermentaliteit en een corrupte, immorele instelling gekoppeld aan een laag IQ van ongeveer 70 veel en veel belangrijker dan enig intellect om de slagingskans te vergroten. 
     
    De domheid regeert in het kunstenaarsplantsoen. De daarmee gepaard gaande ijdelheid ook. 
    Moderne kunst? Het oude liedje: Niets anders dan de Nieuwe Kleren Van De Keizer. 
    Het gros van de beeldende kunstenaars is samen te vatten in drie categorieën: dom, dom mer, domst. Ik ga dan ook selchts met een enkele waarachtige, integere artistiest om , die meer kan dan alleen kunst maken, maar die allrounders zoals H.K. en zijn goed opgeschil derde wederhelft zijn op de vingers van één hand te tellen en dan houd je thuis nog genoeg vingers over om een kop kutkoffie van Douwe Egberts goudmerk-oud merk aan te vatten en een joint ter grootte van een conifeer aan te steken met je Zippo.  
    Vooral de semi-analfabete lichting artisten van de jaren voor het verplichte HAVO diploma vormt een hopeloze categorie semi analfabeten. Ik ken van horen zeggen een kunsten maker die niet eens de lagere school heeft afgemaakt, maar moeiteloos de Rijksacademie werd binnen gehaald. Anti intellectualisme was lange tijd na de fifties de grote mode in kunstenaarsland waar platpraters en ongeschoolden de dienst uit maakten. Congruent aan de belangstelling van PVDA kiezers voor ghetto ccultuur. 
    Het gebrek aan algemene ontwikkeling is bij de doorsnee kunst klant uut het Zuuden des lands gelukkig evident, zodat ik weer eens gelijk heb. 
     
    Men waant zich academicus na een kunstschooltje en citeert graag professoren, die de onnozele kunstenmaker in kennis helaas overstijgen en verwijt dat hij de Maastrechster Staar heeft horen luiden maar geen weet heeft van de klepel. 
    Domme mensen koketteren altijd met academische kennissen.
    Een familielid van mijn echtgenote met één jaar huishoudschool en een vocabulair van “Hij Hep” en “Hunnie zeggen” beweert op vakantie te gaan met de een of andere obscure professor uit Leiden. Ik ben er maar verder niet op in gegaan. 
    Zij vroeg of ik de desbetreffende professor kende. Ik deelde haar mede geen connecties in die kringen te hebben en geen enkele belangstelling in die richting te koesteren. Nooit ben ik erg sterk geweest in relaties kweken. Ik weet niets van professors en ook niets van ICT af. 
     
    Nu zegt het weinig, een middelbare school, voor het verdere verloop van het leven of geluk in de liefde. Ik ken een zeer interessant ogende dame die geen middelbare opleiding heeft gevolgd, maar wel een HBO studie volgde en een zeer leesbare, informatieve afstudeer scriptie leverde die er mag zijn over een onderwerp waar ik totaal niets van af weet. 
     
    ACADEMISCHE ARROGANTIE IS DE KWAAL VAN ELKE ACADEMICUS EN DAT IS MIJN AXIOMA 
     
     
    In mijn 46 jarige carrière als berucht beroeps beeldend kunstenaar heb ik uitsluitend slechte tot zeer slechte ervaringen met academici gehad en of het dan bèta, alfa of gamma luitjes (die laatste categorie bruggenbouwers doet alles zelf) zijn doet er niet toe. 
     
    Ik noem ze altijd kakkedemici en weet dat ze stuk voo stuk voor geen cent zijn te vertrouw en, ook al sturen ze zoveel suikerzoete mails aan mijn adres o.a. door een vrijetijds platvoetindiaan, die daar voor zijn vrindjes en vrouwtje liever geen ruchtbaarheid aan geeft stuurde o.a. een prijzende mail met het woord TOP LOG. Het moest op zijn verzoek geheim blijven. 
    Hij wil liever niet dat zijn bentgenoten daar allemaal zo maar kennis van nemen anders valt hij in ongenade. 
    Ik las het mailtje en was direct terecht sceptisch, hetgeen later pas bevestigd werd doordat deze geleerde heer zich openlijk tegen mij keerde op het weblog van de een of andere van zijn griffermeerde geloof afgesodommieterde pensionado, om diens hielen te likken. 
    Nu heb ik een heel lange adem en hij zal wel in zijn schulp kruipen, omdat ik toch geen partij ben voor hem. 
    Dezelfde meneer meent mij op het weblog van de potsenmaker M. de huid vol te kunnen schelden en een stroom van verwijten aan mijn adres neer te kalken. 
    Het zijn altijd weer de inactieve beroepswerkelozen die overlast veroorzaken. 
    Ze hebben niets omhanden dus projecteren ze hun eigenhaat op anderen. 
    Ze zeggen wel eens in goed Nederlandsch: Never kick a man that's down. Mijn idee is echter dat die juist moet schoppen. Tegen vrouwen, kinderen en invalide knakkers zoals kunstenaar Pootloos uit SintAnnaparochie durf ik wel. Het liefst zet ik zet met invalidekar en al op hun kop op een spoorbaan, vast geketend aan de rails met het polsje of een enkel bandje. Het heeft te maken met Survival Of The Fittest. Toch wil ik niet gelijk gaan zeggen dat domme mensen gelijk zeehondjes het hele jaar door massaal moeten worden dood geknuppeld. Alleen tijden de voorjaarsvakantie. Een nieuwe lente, een nieuw knuppel geluid. Wat klinkt dat dof als een knuppel een schedel raakt. 
    Ik wil helemaal niet steeds faksistisch overkomen, maar eigenlijk zou je daar een apparte opvang voor moeten in stellen voor dommem mensen met barakken en uitkijktorens om van het landsschap te genieten van achter de Mag met die eindeloze patroonbanden, het geheel omgeven door elektriek prikkeldraad met 10000 volt er op van een behoorlijke stroomsterkte, dan schroeit het vlees beter dicht, net als in de magnetron. De electrische vliegenmepper. Als het niet gebakken is lus ik het nie. 
    In een buitengewoon hatelijk commentaar op het weblog van een vroeg bejaard ogende gepensioneerde leraar, die bij beunt als komiek stijl Freek de Jonge, viel de anders zo intelligente, hierboven vermelde , naar men zegt uitermate gematigde, stabiele acade micus, mij aan met enkele uit zijn verband getrokken tekst gedeeltes uit een weblog van mijn hand, lang geleden. 
    Academici lijden allen aan AA (Academische Arrogantie) was mij al lang duidelijk. 
     
    Veel simpele zielen verwarren de auteur van een tekst met de geventileerde ideeën in een stuk proza geuit door de al of niet fictieve hoofdrolspeler. 
    In hoeverre is de auteur verantwoordelijk voor hetgeen een hoofdpersoon in een verhaal mede deelt? Zelfs als die hoofdpersoon lijkt op de auteur of dezelfdde naam draagt? Als ik mijn naam Google vind ik honderden Fred van der Wals, waaronder een sleepbootkapitein, die scheepjes in flessen bouwt. Een vak apart. Mijn kleine zusje waaar ik reegelmatig de beuk bij in gooi doet het 'm niet na, die kleine teringmeid. 
    Zo’n meneer moet heel wat te vertellen hebben over zijn avonturen met plestiek lijm en bouwdoos onderdelen. 
    Laat ik voor de vrandering eens serieus wezen. Het is een oud verhaal en een foutieve gedachte om tekst en auteur met elkaar te verwarren. De erfenis van Freud. De innovator van de paranoïde inlegkunde die generaties auteurs èn lezers een kwaad geweten heeft bezorgd en van academici kunnen wij al helemaal niet veel soepelheid van ideeën of inlevingsvermogen, noch literaire verbeeldingskracht cq. belangstelling verwachten. 
    De universitair geschoolden zijn immers de eenzijdige non creatieven, de denkers langs geijkte patronen, sjabloonfiguren, de binnehuisstudeerkamerfilosofen die alles weten van een klein deelgebied dat voor niet ingewijden oninteressant is, mummelend over de frag mentatie van de kennis, bewaard door cijfer matige dorknopers, retorten kampioenen, de formules prevelende prelaten, de uitzwavelaars, de vorsers naar het ongewisse, de zielloze administratoren en hoeders van de universele kennis, de vertolkers van de balkentheorie tijdens colleges bouwkunde. Ik volgde eens een college aan de NHL. Balken en geduld zijn de voornaamste eigenschappen van ezels. 
     
    FICTIEF GEVAL ÉÉN 
     
     
    HELE NACHTEN ZAT LANG, LANG GELEDEN IN EEN VER LAND EENS EEN NEUROOT, MENEER IMPARSER, MIJN WEBLOGS DOOR TE PLOEGEN OF REAGEERDE VIA EEN PROXY MET BELEDIGENDE TEKSTEN ALS IE WEER DE HOOGTE HAD EN DE FLES LEEG WAS. EEN EENZAME, GEFRUSTREERDE MAN. HONDJE DOOD, WIJF WEG, KINDJE ER VANDOOR IN PARIJS, OUDERS AFGESTORVEN. 
    PER WEEK 200 PAGEVIEWS VAN IETS OF IEMAND DIE ZICH ANONIEM WAANDE. JA, HOOR, AL LANG ONTMASKERD, ALLEEN WIST IK VANAF HET BEGIN WIE HET WAS! 
    HIJ HAD BUITEN DE WAARD GEREKEND EN GAF ZICHZELF HIERMEE DE ZWARTE PIET. 
     
    “OF IK HET NIET GRIEZELIG VOND”, VROEG MIJN OUDSTE DOCHTER MIJ MAANDEN GELE DEN DIE ZIEKELIJKE BELANGSTELLING TOT DIEP IN DE VROEGE OCHTEND. 
    “NEE, HOOR, KIND, DAN HEEFT DIE MENEER TENMINSTE NOG IETS OMHANDEN EN IK BEN NU EENMAAL EEN VEEL BESPROKEN, OMSTREDEN KUNSTENAAR WAARVAN ER MAAR WEINIGEN ROND LOPEN OP AARDE. HET ZIJN STERKE BENEN DIE DE WEELDE DRAGEN; KIJK, MAAAR, IK HEB ZE! DAARBIJ KOMT DAT MIJN DIJEN NIET ZIJN VAN STEEN DOCH VAN ELPENBEEN EN OOK NIET VAN TANDSTEEN! 
    MIJN BORSTEN ALS TROSSEN DRUIVEN! EVEN KRABBEN AAN DE WORST, DRIE KEER PERSEN EN ER VLOEIT KLARE WIJN UIT MIJ, MELK EEN HONING EN AMBROZIJN. EN MEUREN DAT HET DOET!” 
     
    De voortdurende stroom van pageviews heeft mij zeer geamuseerd. Vooral de wetenschap dat de zoeker naar verlichting zich lang anoniem waande. De pseudo ontmaskeraar ontmas kerd. 
    Hij had zo’n succes gehad bij een collegaatje uit het Zuiden des lands en zocht een reprise. Hij is van een zeer koude kermis thuis gekomen waar ik uitgebreid verslag van heb gedaan op mijn weblog maanden geleden en van zijn valse mededelingen niets overeind bleef tot mijn grote vreugde. 
    Elke valse aantijging, elk onterecht verwijt, elke schoffering zijnerzijds heb ik ontzenuwd. Klinisch fileren heet dat. 
    Hij had een zacht eitje aan het collegaatje uit het Zuiden des lands. Hoe geheel anders onze grote Fred van der Wal. 
    Over de verantwoordelijkheid van de auteur voor het gedebiteeerde van een zegsman in een eigen tekst kan ik kort zijn. 
    Er is jurisprudentie op dat gebied. 
    De mij buitensporig vijandig gezinde academicus die mij herhaaldelijk aanvalt op ander mans of eigen weblog om succes te oogsten bij zijn medestanders is daar niet mee bekend en ook zijn echtgenote klaarblijkelijk niet, die als Staff Member Of The Board Of Directors Of An Important Dutch High School in goed Nederlands naar ieders tevredenheid op de Kennisscampus een waarde volle secretaresse functie bekleedt en zich aldus een substan tieel noodzakelijk inkomen verwerft, nu de benzine elke week een halfje duurder wordt en de familiewagen toch moet blijven rijden voor het oog van de buren en het imago onder vrienden en kennissen. Een succesformule! 
     
    (wordt vervolgd)

    Lees meer >> | 2 Reacties | Reageer | 1566 keer bekeken

  • Meer blogs >>