INTERVIEW GITTE BRUGMAN MET FRED VAN DER WAL IN DE LEEUWARDER COURANT MET ANNOTATIES
weblog juni 30, 2016 HERSCHREVEN 31 MEI 2021
INTERVIEW GITTE BRUGMAN MET FRED VAN DER WAL IN DE LEEUWARDER COURANT MET ANNOTATIES OP HET WORDPRESSS WEBLOG VAN LAATST GENOEMDE

Leeuwarder Courant 24 juni pag. 34.

Het gevecht om de aandacht

Fred van der Wal: Allereerst gaat mijn dank uit naar het prettige gesprek met Gitte Brugman en de objectieve weergave van een en ander in de Leeuwarder Courant. De titel ‘Het gevecht om de aandacht’ is een goede conclusie. Iedere kunstenaar zal aandacht vragen voor zijn werk. Een kunstenaar die op een onbewoond eiland of op zolder gaat zitten met zijn poesje zal zijn doel missen.

Gitte Brugman: Kunstenaar en querulant Fred van der Wal ergert zich aan collega’s die zich op de borst kloppen als ze in het buitenland mogen exposeren. Over internationale aandacht heeft hij niet te klagen, maar hij zou het liefst eens in Friesland te zien zijn.

Fred van der Wal: Ergeren is een groot woord. De collegaatjes moeten maar doen wat ze niet laten kunnen. Een door de exposant te betalen expositie met alle bijkomende kosten is nu niet bepaald mijn ideaal. Ik ga daar nooit op in. Het zijn in heel veel landen per definitie zoveelste rangs galeries die behalve een aanzienlijk verkoop percentage een substantiële bijdrage van de exposant vragen  voor de verleende faciliteiten. Ik ga alleen voor een grote internationale galerie in new York voor een exhibition en anders niet. Wie anti-Fred van der Wal is scheld ik verrot, dat hoort zo, dat lees je in alle kunstboeken. Nee, ik ben dan wel eens de nieuwe Jan Cremer genoemd ( o.a. door de fotograaf Rommert Boonstra in 2004) maar dat vind ik beschamend. Ik ben geen anti-intellectueel of een hoerenloper.  Commercie schuw ik. Ik trek mijn eigen baan net als auteur Apie Prins. Of ik een beroeps-querulant ben? Nee.

Gitte Brugman: Fred van der Wal (73) verbaast zich over zijn collega’s. Ze vinden het al nieuws als ze worden uitgenodigd voor een expositie in New York, waar ze zelf dik voor moeten betalen. Hij schrijft de krant: ,
KUNSTSCHILDER/AUTEUR FRED VAN DER WAL UIT SINT ANNAPAROCHIE RECENT UITGENODIGD VOOR EXPOSITIE GALLERY NEW YORK, GALERIE IN WENEN EN KUNST-BEURS IN LONDEN.
HET KAN NIET OP!
ALSOF JE EEN EMMER LEEG GOOIT!
DE EXPOSITIE IS GEEN DOOR DE KUNSTENAAR TE BETALEN EXPOSITIE, DUS MEN SELECTEERT UITSLUITEND OP KWALITEIT.’’

Gitte Brugman: In de aanloop naar ons gesprek stuurt hij nog enkele uitgebreide mails waaruit een beeld oprijst van een provocateur, relschopper en verschoppeling. In Friesland zou hij zijn uitgeslo-ten uit het kunstenaarswereldje. In Amsterdam maakt hij deel uit vanArti et Amicitiae, maar uit zijn cv blijkt dat hij ook daar op heel wat tenen heeft gestaan.

Fred van der Wal: Lid kunstenaar van Arti et Amicictiae, Amsterdam, Pulchri Studio, Den Haag, Groupe Nevers 2004 - 2014, NKVT (Nederlandse Kring Van Tekenaars) .De uitgebreide mails, zoals hierboven vermeld, betroffen voornamelijk schetsen van de artistieke ambiance waar auteur dezes zich in bewoog/beweegt om genoeg gesprekstof te hebben voor een intervjoe. Het gaat mij niet zo zeer om te provoceren om het provoceren maar om misstanden aan het licht te brengen met risico voor mij zelf overigens. Inderdaad is het niet mogelijk sinds 1976 in het Noorden des lands mijn werk te exposeren of lid te worden van een kunstenaarsvereniging. Collegas, die ik nog nooit heb ontmoet of zal ontmoeten beweren van alles over mij en mijn werk. Hun klachten worden niet ge-boekstaafd door bewijsmateriaal. Ze lullen maar wat. Het zijn doorgaans clichémannetjes. Inderdaad ben ik sinds 1972 kunstenaarslid van Arti et Amicictaie te Amsterdam. Naar mijn weten is daar nimmer een conflict geweest met medekunstenaars, sociëteitsleden noch met de administra-tie. De omgang is doorgaans hoffelijk en prettig met personeel en collegae. Arti is een rustpunt in het centrum van de hoofdstad waar ik graag kom. Hetzelfde geldt voor Pulchri, Le Groupe Nevers en de NKVT.

Gitte Brugman: Die biografie verhaalt van een liefdeloze jeugden een pubertijd in een villabuurt. Hij zit nog op de kweekschool als hij in Haarlem lid wordt van kunstenaarsgroep X-65. Hij bezoekt Galerie Mokum in Amsterdam geregeld, en wordt er in 1967 vaste exposant. Fred promoot zichzelf op een reclame-achtige manier.

Fred van der Wal: Van 1942 – aug 1944 verbleef ik in Renkum, de familie ontkwam aan een arrestatie door de SD aug. 1944, daarna verbleef ik van 1944 tot 1958 op  diverse adressen te Amsterdam. Van 1958 tot 1968 in de villabuurt te Heemstede, daarna van mei 1967 tot jan. 1978 op diverse adressen te Amsterdam. Ik heb mij wel eens afgevraagd hoe mijn leven verlopen zou zijn als de tweede wereldoorlog bij Operation Marketgarden huis en boekhandel van mijn biologische ouders niet had vernield. De  invloeden van mijn opvoeders resulteerden in navolging van de biologische vader tot de mislukte zelfmoordpoging van mijn broer en later de moord op hem door een Haarlemse junkie en de ongelukkige levensloop van mijn zuster. Ik ben de enige die er uit is gesprongen.  

Gitte Brugman: ,,Dat was men niet zo gewend. Je lijkt wel zo’n popjongen, zeiden ze. Zo’n Mick Jagger.’’

Fred van der Wal: De opmerking dat ik  met mijn lange haar en zestiger jaren kleding als mooie jongen met melancholieke grijze ogen op een popster leek, was van de schilder/graficus Theo Daamen. Ik vond het een aanbeveling en geen aanval. Het contact met Theo was altijd heel aan-genaam. Veel kunstenaars op Arti liepen in die tijd rond met baretten en capes alsof zij nakome-lingen van Rembrandt c.s. waren. Daar deed ik niet aan mee. It's trad, dad, zei ik soms tegen ze.  Sommige kunstenaars lagen na een paar keilen met het hoofd voorover op de bar te grienen dat ze niet beroemd waren, zoals Teun Nijkamp, die me streken leverde. Negen jaar in het psychiatrische circuit en nog last van gekte. Via een collega hoorde ik dat hij twee tekeningen die hij in 1967 van mij kocht op een tentoonstelling in stukken heeft gescheurd, net als een lijstenmaker die een zeefdruk van mij verscheurde tot grote vreugde van de Friese collegae. Artistiek leed dat grienen van Nijkamp dat mij immer veel vreugde verschafte. Toch ben ik nooit met bitterballen naar zijn schilderijen  gaan gooien zoals men beweert.

Gitte Brugman: Hij constateert dat hij een soort bonte hond was in Haarlem en ,,niet welkom in artiestenkringen’’.

Fred van der Wal: In Haarlem was het onmogelijk om  aan de gesloten kunstenaarswereld deel te nemen in de jaren zestig. Ik ging regelmatig op stap met een paar adembenemende jongedames met dubbel D-cups en lang ravenzwart haar. Echte ordinaire, luidruchtige, lekkere stoten. Het deed mij de bijnaam de Jan Cremer van Haarlem verwerven. Ik liet het mij aanleunen. Mijn opvattingen en presentatie van mijn werk, begeleid door gedrukte manifesten waren  voor de ingeslapen be-houdende kunstenaars aldaar schokkend. In tegenstelling tot de Haarlemse kunstenaars had ik geen kunst academie gevolgd en dus geen relaties in kunstkringen. Haarlemse artiesten waren doorgaans rijkeluiszoontjes van academici. Ik ben voor de kunst door mijn familie op straat gezet met niet meer dan een knaak op zak.

Gitte Brugman: Een bevriende antiquair biedt aan een expositie voor hem te regelen in de Kunsthalle in Düsseldorf, waar hij om financiële redenen van afziet.

Fred van der Wal: Ik had geen cent te makken. De antiquaar, geen antiquair, Hans Marcus woonde aan de Keizersgracht en toevallig kwam ik hem tegen in antiquariaat ‘De Kring in de Nieuwe Spiegel-straat,  Amsterdam-C. Ik woonde op twee hoog boven de zaak op een kamer van 3 bij 4 meter. Marcus had een anitquariaat in Düsseldorf en wilde mij als exposant introduceren bij de Kunsthalle.  Hij zat in het bestuur. Ik had weinig geld en zou niet eens een kaartje naar Amsterdam mij kunnen permitteren in die tijd, dus zag ik er van af. Had in die jaren geen idee wat een Kunsthalle was.

Gitte Brugman: Een jaar later krijgt hij een plek in de BKR, de regeling waardoor kunstenaars een inkomen krijgen in ruil voor werk of diensten. Hij weet het er tot 1977 vol te houden.

Fred van der Wal:In Haarlem werd ik bij voorbaat al afgewezen door de pvda  ambtenaar van de BKR, die bezwaar maakte tegen mijn wonen in Heemstede, mijn beschaafde spraak en het colbertje dat ik droeg. Dat kon niet voor een kunstenaar. “De volgende keer hul ik mij wel in een Perzies kleedje van mijn opoe als dat mijn kunstenaarschap bevestigt en krijg verder maar de tiefus”, zei ik hem en  verliet het gemeentehuis om naar kunstcentrum De Ark te lopen voor een keil. In 1966 vroeg ik BKR aan in Amsterdam maar werd zonder meer afgewezen zonder selectie van een commissie. In 1968 werd mij na veel vijven en zessen BKR verleend, alhoewel de ambtenaar van de sociale dienst tegen mijn aanvraag was. Hij zag mijn plaats eerder op kantoor of voor de klas.  Ik heb daar nog een kopie van de rapportage in mijn archief en kan alles bewijzen. Mei 1968 vond de eer-ste aankoop in het kader van de BKR plaats. Ik was niet langer afhankelijk van incidentele inkomsten door het schilderen van huizen, passepartouts snijden, antieke prenten in kleuren, illustraties maken en invallen als winkel-bediende in een antiquariaat of een galerie. Het is altijd zo geweest dat de middelmaat moeiteloos in de BKR kwam en uitzonderlijke talenten zoals Fred van der Wal slechts met veel moeite.

Gitte Brugman: Zijn werk wordt opgenomen in de collectie van het Stedelijk en het Rijksmuseum en in de Instituut Collectie Nederland. ,,Daar was tot 1995 geen goede administratie, en er is veel werk ‘zoek’ geraakt. Op ministeries en ambassades en zo.’’

Fred van der Wal: Niet alleen in het Stedelijk Museum, Rijksmuseum, Rijks collectie ICN, maar ook via diverse aankopen door de NKS (Nederlandse Kunst Stichting), de gemeente Amsterdam en  de Dieuwke Bakker Collectie. Tevens in vele particuliere collecties in binnen en buitenland.

Gitte Brugman: Hij trouwt Bernardina (Ina) Bosse en trekt met haar in een te kleine woning, waar ze hun eerste dochter krijgen. Over aandacht heeft hij niet te klagen. In diverse galeries in Europa en de Verenigde Staten is vraag naar zijn werk, en hij wordt lid van kunstenaarscollectief Arti et Amicitiae.

Fred van der Wal: Een kleine tweekamerwoning. Niemand heeft ons in die tijd willen helpen aan een beter huis. Een ambtenaar van Stichting Woon en Werkruimte op het Stadhuis verzocht mij een fles wisky volgende keer mee te nemen voor zijn gemoedsrust. Het was hard werken voor mij. Lange dagen van minimaal tien uur. Voor de BKR 17 werken per jaar, daarnaast diverse tentoonstellingen om deel aan te nemen, in 1976 een veertiental exposities per jaar. In 1967 vaste exposant Galerie Mokum tot 1974, vijandige kunstenaars en galeriejuffrouw Dieuwke Bakker werkten mij er uit,  1969 lid sociëteit Teisterbant te Haarlem, 1970 lid BBK, 1972 Arti et Amicitiae te Amsterdam, 1974 Pulchri Studio te Den Haag, 2004 Le Groupe, Nevers, 2007 Nederlandse Kring van Tekenaars. In 2005 kwam ik de kunstenares Clary Mastenbroek tegen, die wilde mij geen hand geven. Ze wilde zich niet corrumperen.

Gitte Brugman: ,,Ik kon in die tijd (de sixties) overal terecht. Daar ben ik slordig mee omgesprongen’’, geeft hij toe. Maar hij wordt voorzichtig. Want de galerie in Parijs waarmee hij een contract sluit, verkoopt zijn werk zonder dat hij er geld van ziet. Hetzelfde gebeurt hem in Londen.

Fred van der Wal: Ik ben helemaal slordig omgesprongen met mijn werk en vooral met mensen. Soms beklemt mij dat niet weinig. TIentallen werken uit de ICN overheidscollectie zijn gestolen.

Gitte Brugman: Het helpt ook niet dat je vliegangst hebt’’, zegt Ina. Het gevolg is dat hij nauwelijks meer op uitnodigingen in gaat. Als hij die nog krijgt, want Fred is iemand die houdt van herrie. Hij zette zich af tegen andere BKR-kunstenaars die niet willen dat hij zijn beste werk inlevert. ,,Ze hingen liever achterover te blowen.’’

Fred van der Wal: Die vliegangst? Ik houd niet van reizen en vindt de Bourgogne al ver genoeg. Verdre dan België, Duitsland, Engeland en Frankrijk zal ik  niet komen. Bij voorkeur reis ik per trein. In mijn BKR tijd, alhoewel ik niet voortdurend in de BKR zat, maar ook regelmatig er buiten viel ten gevolge van genoeg eigen inkomsten, leverde ik mijn kwalitatief goede werken in en dat heeft mij voordeel gebracht. Slechts een 6 tot 7 procent van de BKR werken kreeg de classificatie BCW (Bijzondere Culturele Waarde) en wordt/werd niet verkocht via veilingen zoals met meer dan 90 % van het BKR werk wel geschiedde. Mijn werken zijn vanwege kwaliteit opgenomen in het Stedelijk Museum, Rijksmuseum en de ICN collectie. Ik kan daarmee een lange neus trekken tegen die duizenden ‘kunstenaars’ die er tussen 1945 en 1986 met de pet naar gooiden en mij verweten mijn werk serieus te nemen. Afzetten tegen collega BKR gebruikers was het niet zo zeer. Ik vond dat ik waar voor mijn geld moest leveren en niet op een middag even een schilderijtje in elkaar fröbelen en nog nat van de verf de volgende dag naar de barakken van de BKR commissie te brengen om daarna weer maanden lang op een – bij voorkeur tropisch- eiland met de lamme kloten in het warem zand te gaan zitten niksen. Mijn standpunt vonden de geachte linkse collegaatjes ‘calvinistisch, kapitalistsich, facistisch en rechts’! Van je collegas moet je hebben.

Gitte Brugman: Ruzie maken ziet hij als entertainment. ,,Je moet jezelf niet zo serieus nemen.’’

Fred van der Wal: Ruzie maken entertainment? Ruzie niet zo zeer, het verbale duel van het poneren van meningsverschillen wel. Bovendien verkondig ik heel realistische standpunten. Je moet wèl je werk serieus nemen. Kwaliteit bewijst zichzelf.

Gitte Brugman: Ina verliest in 1978 haar baan in Amsterdam en kan bij de NHL in Leeuwarden aan de slag.

Fred van der Wal:Ina was adjunct-directrice academie De Schans te Amsterdam. De opleiding fuseerde, dus was het last in, first out. Tegelijkertijd kon ik geen deel nemen na sept. 1976 aan de BKR te Amsterdam. Er was veel tegenwerking van collegas, juryleden van kunst aankoop commissies, ook binnen de aankoop-commissie van de BKR. Het aankoop commissielid Rik Lina, een hasj doorrookte buurman van mij op de Bilderdijkkade gaf als jaloerse mafketel na een paar pilsjes toe dat hij bij elke vergadering tegen aankoop van mijn werk stemde. Ook John Verberk overkwam dat.

Gitte Brugman: Ze verhuizen naar Veenhuizen.

Fred van der Wal: De verhuizing was naar Veenwouden, Friesland. Een slaapdorp. Niets te beleven. Geen enkel contact met buren.

Gitte Brugman: Fred houdt zijn atelier in Amsterdam aan, maar een andere kunstschilder steekt dat in 1981 in de brand.,,Fred is toevallig afwezig die dag en ontsnapt aan de dood’’, staat in zijn cv.

Fred van der Wal: Een dure sixties designbank ging verloren en veel collages en aquarellen van mijn hand. De brandstichter was geen collega maar een heroine junkie die in het atelier van Ernst-Jan Engels (vriendje van Gerard Reve) tijdelijk onderdak had gevonden. Het was een zootje ongeregeld in het ateliergebouw. Een moord (op beeldhouwer Ben de Bey), schietpartijen en drugshandel. De poort stond dag en nacht open. Donker gekleurde medemensen uit het Surinamers café vlak bij het atelier stonden in de gangen elkaar te neuken. Frisse boel. Ik betrok een atelier in het gebouw waar een moord was gepleegd. Niemand van de links draaiende melkzure collegae durfde er in. Ik wel. 

Gitte Brugman: Een jaar later verhuist het gezin naar Garyp, waar hij een eigen galerie opent.

Fred van der Wal: Na Veenwouden verhuisden we naar Bergum om daar een jaar te wonen in een nieuwbouwwijk. Daarna kochten we een vrij staand neo-classicistisch pand te Garijp.

Gitte Brugman: ,,Dat was een heel leuk dorp’’, vindt hij.

Fred van der Wal: Ik heb nergens prettiger gewoon in Friesland dan in Garyp. Goed contact met de buren. Makelares Sprokkereef beweerde dat we het er nog geen jaar uit zouden houden. Het werden dus jaren. Tot er een snackbar bij het café aan de overkant kwam was het ideaal wonen.

Gitte Brugman: Na een paar jaar komt hij in conflict met collega’s en Huub Mous. Die verdedigt namens de Fryske Kulturried het beleid van de provincie, die in korte tijd veel kunstwerken aankoopt van BKR-kunstenaars. De ‘vrije kunstenaars’ voelen zich benadeeld en richten onder Freds leiding de vereniging FRIA op. De twee mannen komen lijnrecht tegenover elkaar te staan. Fred voelt zich tegengewerkt, ook door de kunstredactie van de Leeuwarder Courant.

Fred van der Wal: drs.  Huub Mous is een lichtelijk karakterloos persoon, een vriendjes aaier,  akela van een kliekje salonkunstenaars waar ik genoeg over heb geschreven in weblogs. Aanvankelijk stond de Leeuwarder Courant wel aan mijn kant met mijn kritiek op het frauduleuze aankoopbeleid van beeldende kunst in Friesland waarbij flink gezwendeld werd. Pas tien jaar later -na 1996- ver-klaarde de hoofdredacteur van deze krant (Rimmer Mulder) dat er niet meer over mijn werk zou worden geschreven. Ik heb een kopie van de brief.

Gitte Brugman: Er volgen nog twee verhuizingen binnen Friesland. In Firdgum opent Fred zijn eigen kunsthandel, Galerie Lekkerterp.

Fred van der Wal: Galerie Lekkerterp was gevestigd aan de van Sminiawei 7 te Oldeboorn. 

Gitte Brugman: Zijn cv meldt dat de hoofdredacteur van deze krant hem schrijft dat zij hem noch zijn galerie zullen bespreken. Een recensie van Johanna Schuurman uit 1996 weerspreekt deze uitspraak.

Fred van der Wal: Ik heb een briefje van de hoofdredacteur dat na de laatste recensie van Johanna Schuurman, inderdaad uit 1996, niet meer geschreven zou worden over mijn werk en Galerie Lek-kerterp. Geen idee of deze vorm van uitsluiting gehandhaafd bleef. 

Gitte Brugman: In 2002 verkopen ze hun Huize Lekkerterp en emigreren naar Frankrijk.

Fred van der Wal: Wat de emigratie betreft is daar alleen sprake van geweest in mijn geval. Mijn echtgenote bleef belastingplichtig in Nederland.

Gitte Brugman: Fred blijft uitnodigingen ontvangen om te exposeren in Parijs, Graz, Mannheim en Salzburg.

Fred van der Wal: Galerie Salammbo, Parijs, ben ik op ingegaan indertijd.

Gitte Brugman: Op zijn blogs mag hij dit graag breed uit meten, om een lange neus te trekken naar zijn (Friese) collega’s.

Fred van der Wal: De Friese collegas hebben uitsluitend tegen gewerkt. Ik vermoed dat zij het niet kunnen verkroppen dat ik uit Amsterdam kom, dat is voor hun het Mekka van de beeldende kunst. Als laatste streek vermeld ik de breed uit gedijde kort geknipte zwaar brillende oorbellen en hals-kettingen producente Hennie Broers die mij een werkruimte toezegde in een atelier complex te Huizum maar die belofte opzettelijk niet na kwam en mij aan het lijntje hield. Een andere Friese kunstenares, Janneke Hengst, die ik nooit heb gesproken, meent nog steeds dat ik dement zou zijn.

Gitte Brugman: Hij treedt toe tot de Nederlandse Kring van Tekenaars, maar geeft af op het werk van wat hij krabbelaars noemt. ,,Tekeningetjes die in een half uur worden gemaakt in een beverig handschrift om emoties te suggereren. Het is rubbish.’’ Dergelijk werk staat dan ook in schril con-trast met het monnikenwerk dat hij verricht voor zijn potloodportretten. Ina vult aan: ,,Hij slijpt zijn potloden met de hand tot ze naald dun zijn.’’

Fred van der Wal: Wat betreft collega kunstenaars van de Kring laat ik mij verder niet uit over de mede exposanten. Over het algemeen prettige collegas. Mijn bijzondere sympathie hadden de tekenaars/kunstschilders Chris Nobels en Jaap Schlee. Jammer dat zij verder zullen ontbreken als leden van de vereniging. Het vermoeden mijnerzijds is gegrond dat een aantal leden mijn werk niet waarderen zoals mij uit een en ander bleek bij een tentoonstelling in het CBK, Amsterdam. Ik zal daar verder niet op in gaan. Als enige realistisch werkende kunstenaar binnen de NKVT liggen mijn wortels in het surrealisme, het realisme en de pop art. Zo heb ik niets met expressionistische of impressionistische snel in elkaar gezette schetsen. Zij vertolken op zijn best doorgaans een clichématige buitenwereld, imitatie jongens en meisjes. Mijn werk is echter een psychologisch realisme. Ik huldig in mijn werken doorgaans the principle of flatness, zoals door mij is geformuleerd in verband met de vormgeving van pop art kunstwerken.

Gitte Brugman: Zoals de weinig interessante tekenaar J.v.d.K. (ex-tekenleraar annex gereformeerd gluiperdje) het krabbelwerk van Rembrandt en tijdgenoten na bootst, nee, daar heb ik weinig waardering voor. Hij noemt zich professor en beweert de zoon te zijn van Leonardo Da Vinci. Hij praat mij daarmee na doordat ik in 1978 liet afdrukken dat ik De Leonardo Da Vinci Of A New Gol-den Age zou zijn. Originaliteit bij veel collegaatjes is ver te zoeken. Wat valt er ook te verwachten van tekenleraren? 

Gitte Brugman: In 2008 overlijdt Ina’s vader. Van de erfenis kopen ze een tweede huis. In Sint Annaparochie, dat ze goed kennen uit de tijd dat ze in Firdgum woonden en dat dichtbij Leeuwarden is waar hun dochter dan woont.

Fred van der Wal: Het vrij staande  huis, tien kamers groot met een flinke tuin kostte vier ton. Voor 50000 euri aan laten verbouwen. Merkwaardig dat enkele webloggers die op een driekamer flatje op de vierde etage van een betonnen woonkazerne wonen dat betwijfelen. Ze mogen langs komen. Op de koffie. Ik noem ze de hooivorken brigade.

Via zijn blogs – die hij ook publiceert in inmiddels zo’n vijftig boeken – brengt Fred zijn eigen tekeningen en schilderijen onder de aandacht. Dat levert hem nog steeds invitaties op. "De ‘populariteit’ verrast mij enigszins", zegt hij.

Fred van der Wal: In manuscript zijn zes boeken die ik binnen kort uitbreng. Verder begin ik aan het publiceren in boekvorm van mijn collages, aquarellen, potloodtekeningen, fotos, schilderijen en gouaches.

Als er voor die tijd niets gebeurt, maakt hij in augustus deel uit van de Biennale van de Tekening in Pulchri in Den Haag en hangt hij volgend jaar in Museum Thijnhof in Coevorden. Maar ondank alles zou hij ,,bij voorkeur vaker in het Noorden des lands gezien willen worden’’.

Fred van der Wal: En nog prettiger zou het zijn als de jaren lange boycot van mijn werk en persoon nu eens zou ophouden in het bekrompen Noorden des lands. De verhalen over mij zijn legio. Ik zou al decennia lang dement zijn, een sociopaat, een psychopaat, een veroordeelde delinquent, een sadomasochist, een occultist, een travestiet, een bi- of homoseksjuweel, een uit zijn functie gezette schoolmeester. VKbloggers lasterden heel wat af. Bloggers die zelf van uit justitie geen omgang met hun dochter mochten hebben beschuldigden mij op het Volkskrantblog van pedofilie. Ik zeg maar zo ik zeg maar niks. Ze kunnen beter over je lullen dan dat ze van je vreten. Het zijn sterke benen die de weelde dragen. Kijk maar, ik heb ze. De zwarte nylons van 15 denier staan mij nog steeds enigjes.
 

Reageer op dit bericht